Column René Verhulst: Stofvlokje

Archeologen kunnen aan de hand van opgravingen goed bepalen hoe er in de oudheid werd geleefd. Wat werd er gegeten, welke dieren werden er gehouden en welke grafrituelen waren er. Om maar eens iets vrolijks te noemen. Maar ook ziektes en veldslagen laten hun sporen achter. Ook kun je zien hoe de samenleving was georganiseerd, zelfs of er een vorm van democratie was.

Hoe kan dit laatste dan, vraagt u zich af. Notulen van vergaderingen van een paar duizend jaar geleden bestaan er echt niet meer. In Midden-Amerika zijn steden ontdekt van duizenden jaren voor het begin van de jaartelling, dus ook nog ver van voor de Inca’s en de Azteken. Sommige van die steden hadden een paleis of een groot versterkt huis op een strategische plek, meestal hooggelegen, dan was er een koning of een militair heerser. Dan was ook ongeveer het einde van zo’n tijdperk te zien aan de hand van verwoestingen, brandlagen of menselijke resten met verwondingen. Andere steden hadden geen centrum van de macht, maar een grote hal waarin men bijeenkwam. Die hal lag in het midden van zo’n stad en er leidden brede straten naar toe. Dat in tegenstelling tot die paleizen die lastig toegankelijk waren gemaakt. Zelfs waren er kleinere hallen in wijken, naast die centrale hal. Dat soort samenlevingen hielden het veel langer vol, veel minder conflicten. Belangrijkste agendapunten waren toen de voedselvoorziening en de opslag en de verdeling er van. Eigenlijk een voorloper van de politiek nu die het meeste gaat over de verdeling van schaarse middelen. Maar toen was er nog geen geld.

Ik vind het een fascinerend verhaal. Zeker als je bedenkt dat wij in die tijd nog als jagers in dierenvellen rondliepen en er elders al beschavingen met landbouw en handel waren.Ik wil nu niet naar onze huidige beschaving, als ik die nog zo noemen mag. Wat zou men van ons vinden als Ede over 8000 jaar wordt opgegraven? Het Raadhuis, een burcht of een baken van de democratie door al die wegen die er naar toe leidden. Het station, waar waren die rails voor. Het Landmark op de Ginkelse Heide, waar diende dat toe. Windmolens, zonnepanelen, een Sherman tank. Het prikkelt de fantasie aan alle kanten, maar ook het besef dat wij maar een stofvlokje in de tijd zijn. En dat we die tijd dat we er zijn zo goed mogelijk en democratisch met elkaar moeten gebruiken want dan blijft de maatschappij langer in stand. Opgegraven resten van pakhuizen met graan versus gevonden doorboorde schedels, het scheelde honderden jaren.

Lees hier de online krant van deze week.

Column René Verhulst: Oudere mannen

Aangezien ik zelf zo’n man ben durf ik er wel over te schrijven. Schrijvers die uit het gezichtspunt van een 18-jarig meisje een verhaal bedenken of stukjesschrijvers die giswerk als waarheden brengen, dat is wel erger.Het gaat in de column wel over oudere mannen in de Spaanse stad Valencia, want daar was ik laatst een paar dagen. In een levendige en bedrijvige wijk. Veel winkels, horeca en oude en nieuwe appartementsgebouwen. In de ochtend domineren die oudere mannen het straatbeeld, met hondjes, maar ook joggend en boodschappen halend. En veel gewoon aan het werk. 

Ze lopen rond met een multomap waarin zij aantekeningen maken, precies zoals ik ook al jaren doe. En ze vergaderen tijdens het ontbijt op een terras of in een restaurant. Dat deed ik die dagen ook, althans ontbijten. Goedkoper dan in het hotel, we blijven Nederlander natuurlijk. Aangezien Spanjaarden nogal luid praten en die tafeltjes dicht op elkaar staan kon ik de gesprekken een beetje volgen. Een architect die met de aannemer een verbouwing doorneemt van een pand in de buurt. Een vertegenwoordiger in kerstartikelen die een winkelier over de laatste trends informeert. Een chauffeur van een Coca-Cola auto die net met de steekwagen de kratten heeft uitgeladen en in het café heeft gezet. Hij drinkt nog een café solo met de eigenaar en bespreekt het voetballen (Valencia verloor nipt van Barcelona). Een goed gesoigneerde heer brengt zijn kleding naar de stomerij en weer een andere parkeert zijn scooter in het verplichte vak pakt zijn broodtrommel mee en verdwijnt in een kantoor.

Oudere mannen, ze tellen mee!

Lees hier de online krant van deze week.

Cuvée De Frel: Les Trois Glorieuses

Twintig was ik toen ik op een zonnige, maar frisse vrijdagochtend door het centrum van Beaune liep. De strakblauwe lucht gaf een onverwachte geur af, namelijk van brandend hout. De lokale bakker was drukdoende pain en baguettes te bakken, een vertrouwd gevoel zoals hier voel ik mij thuis, heb ik hier ooit geleefd, maakte zich meester van mij. 

Het was de derde vrijdag in november en ik was daar met een reden. In die jaren werkte ik voor Wijnkoperij Robbers & Van den Hoogen te Arnhem en was daar met de directeur, Jaap Donders en natuurlijk met mijn collega wijnadviseurs. Het derde weekend in november wordt ‘Les Trois Glorieuses’ genoemd en deze titel vraagt om nadere uitleg.

Hospice de Beaune

De geschiedenis gaat ver terug, Nicolas Rolin werd in 1422 benoemd tot kanselier van hertog Filips de Goede, Nicolas werd geboren in een welgestelde familie in Autun en studeerde rechten in Avignon. Naast het feit dat hij de belangrijkste adviseur was van de hertog was hij ook verantwoordelijk voor het innen van de hertogelijke belastingcenten. De overlevering wil dat Nicolas zelf ook een aardige duit uit de belastingpot wist te vissen. Evenwel maakt de geschiedenis duidelijk dat vader Rolin Nicolas een vermogen had nagelaten en bovendien vele hectaren wijngaard in dorpen die nu nog bekend staan als leveranciers van de meest kostbare wijnen van de Bourgogne. Om een paar te noemen: Meursault, Beaune, Pommard en Volnay. 

Tot de dood ons scheidt, twee huwelijken strandden omdat de eega’s overleden en het kapitaal van de niet onbemiddelde dames al bij het sluiten van het huwelijk bij wet aan de echtgenoot verviel. Op 20 december 1423 trouwde hij met Guigogne de Salins die zijn kapitaal ook aanzienlijk vergrootte want haar familie was eigenaar van een zoutmijn met de financiële potentie van een goudmijn. Toch ging zijn welvaart knagen. Wellicht is de gelijkenis die Jezus werd verteld volgens Mattheüs ‘Het is makkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om om het Koninkrijk van God binnen te gaan. Nicolas’ geweten begon te knagen en hij bedacht om de gemeenschap van Beaune en omgeving een ziekenhuis te schenken voor de gratis verzorging van patiënten. 

In 1443 werd begonnen met de bouw van het ‘Hospice de Beaune’. Dit monument is nog steeds als museum te bezoeken in het centrum van Beaune. Behalve het monument hangt daar ook het opmerkelijke werk ‘Het Laatste Oordeel’ van Rogier van der Weyden uit de 15e eeuw. In 1462 overleed Nicolas Rolin, zijn vrouw, Guigone de Salins was ontroostbaar. Zij liet het Hospice opnieuw behangen met de repeterende tekst ‘SEULE’ – ‘ALLEEN’. Bezoek dit prachtige monument!

De wijngaarden van het Hospice de Beaune

Zakenman als Nicolas was begreep hij maar al te goed dat de kosten die het ziekenhuis maakte ook gedekt moesten worden. Hiertoe liet hij het Hospice ook een aantal wijngaarden na. Ook vermogende wijnboeren met een vlekje op hun ziel lieten in de opvolgende eeuwen wijngaarden na aan het Hospice en het bezit nam steeds grotere vormen aan. Les Trois Glorieuses zijn de drie dagen van het derde weekend van november. In dat weekend vinden drie evenementen plaats, De Paulée de Meursault een soort lunch als introductie van het bijzondere weekend, de proeverij van de beschikbare wijnen op zaterdag met voor de ‘Fine Fleur’ van de wereldwijde wijnhandel een diner op de zolderruimten van Het hospice.

De apotheose van het weekend is de wijnveiling op zondagmiddag, altijd met als veilingmeester een Franse of internationale ster. 

Can we have that bottle of Nuits-Saint-Georges?

Een imposante ruimte, de zolder van het Hospice met een hoog dakbeschot. Dan te bedenken dat je aan tafel zit in een monument van bijna 600 jaar oud. Naast mij zat de aimabele Pieter Kortman, seniorwijnadviseur en collega van mij uit Dordrecht, die het westen, te weten groot Rotterdam, Zeeland en West-Brabant van wijnadvies voorzag en dan menig okshoofd verkocht, een okshoofd is een wijnvat met een inhoud van 240 liter, equivalent aan 288 flessen van 0.75 liter. Stel je Pieter voor als een aristocraat, uitstekend gesoigneerd in driedelig grijs gekleed. Pieter had vaker aan dit culinaire spektakel deelgenomen en wist hoe de hazen liepen. Deze ‘hazen’ waren studenten van de Franse hotelschool uit Lyon. Georganiseerd in drie teams, één team voor het serveren van de gerechten, één team voor het serveren van de wijnen en mineraalwater (Cola niet beschikbaar) en één team voor het afruimen van de lege borden en bestek. Pieter riep de ‘wijnober’ en vroeg hem om de wijnlijst, ik zag dat hij de jonge hotelschoolstudent vijftig Franse franken in de hand drukte en tien minuten later stond onze tafel boordevol met de premier en grand cru wijnen uit de mooiste dorpen van de Bourgogne. Naast ons zat een delegatie van Amerikaanse wijnhandelaren, hun ogen werden wel heel erg groot bij het zien van de vineuze rijkdom op onze tafel, zij werden slechts flesje voor flesje voorzien van Bourgondische wijnen. We hadden wel een probleempje, op onze tafel ontbrak een ‘kwispedoor’ ofwel een spuwpot waarin je de geproefde wijn kwijt kunt. Hiervoor gebruikten we een lege fles, waarin toevallig wijn uit Nuits-Saint-Georges had gezeten. Pieter werd door één van de Amerikanen aangesproken: ‘Can we have that bottle of Nuits-Saint-Georges’, waarop Pieter voorzichtige de fles pakte en deze met veel elan aan de Amerikaan overhandigde…. 

Lees hier de online krant van deze week.

Column René Verhulst: Confrontatie

De herfst is een mooie periode om eens wat meer te lezen. Zo pakte ik een boek met de titel van deze column. Het klinkt ambitieus, dat begin van alles. Het gaat niet over de oerknal, de Schepping of Darwin of zo. Het gaat over ons. Kunnen wij leren van onze voorouders hoe zij in de prehistorie omgingen met vrijheid, gelijkheid, maatschappelijke organisatie (jawel) en hiërarchie, wie is de baas.

En dat blijkt razend interessant. Onze voorouders waren intellectueel net zover als wij nu, misschien wel veel verder. Ja, ze wisten nog niet van zaken als kernenergie of mobiele telefoons, maar moesten door alle bedreigingen in die primitieve tijd zoals het klimaat (ijstijd, overstromingen) en de dagelijkse noodzaak van voedsel met elkaar iets organiseren om te overleven. En je kunt ook niet volhouden dat bijvoorbeeld Stonehenge dat dateert van 2300 voor Christus door een paar wilden in elkaar is gezet. Sterker nog er zijn veel van deze complexen in Azië en Amerika. 

En er zijn veel oudere verdwenen omdat die van hout waren.Het mooie is dat onze voorouders zich organiseerden naar de situatie. Bij de jacht of rondtrekkend als nomaden had men andere leiders nodig dan bij het bewaren van voedsel, begrafenissen, bouwactiviteiten of feesten. En wat betreft mannen of vrouwen, dat liep gewoon door elkaar. Als je dat naar het heden verplaatst moet je misschien zeggen dat je in tijd van veranderingen of crises andere politici nodig hebt dan wanneer alles z’n gangetje gaat. Kom daar maar eens mee aan. Ik ken nauwelijks politici die zeggen, dat zij voor deze uitdaging niet zo geschikt zijn of een ander dat beter kan doen. Nee, je hebt altijd ergens een mening over, het moet zoals jij het vindt.

Een mooi voorbeeld is dat toen de eerste kolonisten in gesprek gingen met de indianen, die dus geen wilden waren (veel beschaafder en verder ontwikkeld dan de Europeanen toen) zij hartelijk uitgelachen werden. Waarom? De indianen konden niet begrijpen dat deze mensen zo bang waren voor hun leiders. Onze leiders, zeiden de indianen, die zijn dat omdat ze het verstandigste zijn, daarom luisteren we. En als ze dat niet meer zijn en onverstandige dingen zeggen en doen, dan zijn ze leider af. En dat weten ze, je moet geen leider worden, als je het niet kunt. Tja, ik ga vanuit mijn luie stoel vroeger tijden niet idealiseren, maar we kunnen er wel van leren.

Lees hier de online krant van deze week.

Cuvée De Frel: De achtervolging van de Havanna man

Nee, ik word geen schrijver van detectives, alhoewel de titel mij wel integreert en ik al nadenk over een plot. Al eerder heb ik in deze krant een indruk gegeven over de complexiteit van het jargon van de wijnliefhebber of wijnprofessional. Het valt mij op dat vele mensen slordig omgaan met geuren en smaken, menigeen is eenvoudigweg niet geïnteresseerd in de veelheid aan geuren en smaken, men beleeft het niet. Dit schrijvende bedoel ik niet louter wijn, persoonlijk kan ik intens genieten van geurimpressies van struiken of bloemen in bloei, van kruiden of van de geur van humus tijdens een boswandeling op een zonnige zondagmorgen na een regenbui. 

Gare du Nord

Voor corona stopte mijn trein op het Gare du Nord in hartje Parijs. Met gezwinde pas verliet ik de Thalys trein en het prachtig geornamenteerde station. Mijn neusvleugels begonnen enigszins te trillen toen ik de geroosterde tonen van een kwaliteitssigaar rook, een sublieme Havanna. Ik werd gedwongen om een eindje achter de Havanna man te blijven lopen.

Wijnterminologie 

Achter de gebruikte termen zit voor de wijnkenner en wijnliefhebber een wereld van begrip. Een wijn die grassig of groen smaakt is waarschijnlijk het product van te vroeg geplukte druiven. De zuren zijn rauw en vormen geen harmonisch geheel met andere smaakcomponenten, die overigens dan ook niet in voldoende mate aanwezig zijn. Laf en flauw is een wijn die zuren mist, zo’n wijn heeft geen mooie afronding en valt vlak weg. Gelukkig zijn er ook vele levendige, vitale wijnen, fris en vol jeugdig elan. Soms zegt men dat een wijn een bodemsmaak heeft, op z’n Nederlands niet bepaalt aantrekkelijk en toch is het een positieve kwaliteit. Als je de Franse term voor deze smaak hoort dan smaakt de wijn meteen al een stuk beter, namelijk ‘goût de terroir’, hiermee wordt bedoeld dat de wijn treffend getuigt van de bodem waarin de wijnstok wortelt. Bijvoorbeeld in Châteauneuf-du-Pape waar de bodem is bedekt met grote keien, die men ook wel ‘Galets Roules’ noemt. De bodem en de ondergrond zijn robuust en zo is de wijn ook. 

Zo compleet anders is de bodem in het gebied waar de Sancerre, Poully-Fumé en Menetou-Salon worden gewonnen aan de Loire. Argilo-calcaire noemen we deze bodem, argile staat voor klei en calcaire voor kalkhoudend. Deze combinatie staat voor een perfecte waterhuishouding en mineraliteit. Deze wijnen worden geproduceerd van de Sauvignon-druif en de geur, het boeket van de wijn is zo kenmerkend dat de wijnliefhebber deze wijn onmiddellijk zal herkennen. Bijzonder is dat sommige geuren in het Nederlands een negatieve connotatie hebben terwijl deze in het frans juist positief bedoeld worden. De geur van deze wijnen van de Sauvignon-druif wordt ook wel kattenpis genoemd of de geur van de buxus struik, deze geur komt inderdaad wel dicht bij kattenpis maar wordt niet als vies beschouwd, in tegendeel. Nog zo één, ‘goût de pétrol’, oliegeur, kan deze term ook positief worden uitgelegd? Jazeker, hiervoor moeten we naar de Rieslingdruif in Frankrijk naar de Elzas maar vooral in Frankrijk aan de Rijn en de Moezel. De Rieslingdruif, afkomstig van een steenrijke bodem, bijvoorbeeld leisteen, vormt na jaren van rijping een olieachtig boeket en dat smaakt bijzonder, complex en vooral aangenaam. Een mooie, rijpe witte Bourgogne van de Chardonnay-druif kan een volle geur, een boeket van roomboterbabbelaars prijsgeven. 

‘De wijn heeft kurk’, dat is een zeer negatieve indruk van een wijn, veroorzaakt door gechloreerde verbindingen in de kurk. De wijn smaak louter naar kurk en is ondrinkbaar, ronduit smerig. Een wijnhandelaar zal een dergelijke fles dan ook zonder probleem vervangen. 

De wijn heeft een mooie kleur en is lekker

Aangezien de kleur al veel over het karakter van een wijn kan vertellen is het raadzaam om de kleurintensiteit en kleurschakering zo precies mogelijk te benoemen. Een rode wijn kan diep van kleur zijn, maar ook heel licht en dun. Hij kan robijnrood, paarsrood, purper, violet, granaatrood, steenrood, dakpannenrood, mahonie of zelfs roestbruin zijn. Denk bij de laatste kleurtoon aan een rijpe vintage Port of een rijpe Sherry Ximenez. Een witte wijn kan waterig bleek of amberkleurig zijn en alles er tussenin. Van groenig via geel, goudgeel tot oud goud. Zo gedetailleerd kan een als er een kleur kan worden beschreven zo kan er ook over de geur en smaak worden gesproken. Ter wille van de systematiek is een schema ontwikkeld van een tiental geurgroepen met daarbij behorende geurassociaties. Enkele van de belangrijkste van de florale groep zijn viooltjes, lelies, rozen, kamille, acacia, lindebloesem en meidoorn. Dan de fruitgroep met onder andere appel, peer, perzik, meloen, framboos, aardbei, braam, pruimrozijn, walnoot, hazelnoot en amandel. De kruidengroep met onder andere anijs, laurier, munt, venkel, tijm en specerijen zoals nootmuskaat, kaneel en kardemon. Tot de balsemachtige geuren rekent de wijnproever onder andere hars, eucalyptus, pijnboom, teer en de eerder beschreven ‘goût de pétrol’. We kunnen nog een tijdje uitweiden over chocolade, gekookte bietjes, zoethout, zadelleer, azijn en mottenballen. Een goede wijn kan rijkgeschakeerd zijn en dus komt men dan tot de benoeming van de smaak tot de combinatie van aroma’s. Soms zeer complex en verfijnd verweven. Maar met het smaakaroma is men er nog niet, want een wijn heeft ook een smaakstructuur en intensiteit. Een wijn kan in de mond vlezig, stoffig, stroef, droog, hard, rauw, romig, vettig, dik, glad en nog veel meer zijn. Soms lees je of een wijn  vrouwelijk, dan wel mannelijk is, lastig wanneer je weet dat er gespierde vrouwen en frêle mannen zijn… Alle geur- en smaakcomponenten en dan bedoel ik de schakeringen, de structuur en de intensiteit moeten een harmonisch geheel vormen. 

Jill Sanders No.4

De oude houten terrasstoel had ik 45 graden gekanteld tegen de witgepleisterde muur van het eenvoudige eethuis van het Portdorp Pinhao. Genietende van het prachtige uitzicht van de ruige granieten vallei werden mijn oogleden zwaar, te zwaar. De zon zonk stiekem weg, alleen vogels onderhielden de verbinding tussen Morpheus en de wereld. Een zweem van Jill Sanders no.4 prikkelde de reukzintuigen, het inwendige alarm werkte want het was dezelfde parfum die ik had opgemerkt in de hotelkamer van de gewurgde wijnkoper Charles Hamilton. Ik ontwaarde een jonge vrouw, elegant gekleed met een haute couture hoofddekstel alsof ze zou meedingen naar de hoogste eer op Ascot. De enige, niet onbelangrijke, dissonant was dat zij een koele, staalblauwe Magnum-45 revolver op mij gericht hield. 

De moraal van dit verhaal: Ontwikkel je wijnkennis en je wordt betrokken in een internationale wijnfraude of redt het vege lijf aan de Douro in Portugal.

Lees hier de online krant van deze week.

Cuvée De Frel: Chaos in de Franse wijnbouw

Op de Apostelhoeve in de punt van zuid Limburg is er alle reden tot glunderen de warme zomer en langdurige nazomer leverde een excellente oogst op. De vraag is echter of hij de komende jaren de druiven even makkelijk ziet rijpen?

Klimaatverandering

Zoals wetenschappers al jaren duidelijk maken is er sprake van een structurele klimaatverandering. De uitdrukking ‘broeikaseffect’ hoor je niet zoveel meer maar feit is dat steeds meer ingestraalde zonne-energie wordt vastgehouden. De atmosfeer warmt daardoor steeds verder op ik kan mij ook niet herinneren dat we medio oktober nog lekker op het terras kunnen zitten met temperaturen boven de twintig graden. Overigens zijn er altijd klimaatveranderingen geweest. Zo was er in de zeventiende eeuw sprake van een ‘kleine ijstijd’ Het leverde hier te lande een groot aantal schilderijen op met winterse taferelen. Terwijl in de twaalfde en dertiende eeuw de temperaturen kennelijk hoger waren dan nu. In die tijd waren er wijngaarden tot vlak onder de 53e breedtegraad, in Engeland, in Pruisen en ook in ons land werden druiven geoogst voor wijnbouw.

Hugo Hulst

In 1970 werden door Hugo Hulst de eerste wijnstokken weer aangeplant op de zuidhellingen van het Jekerdal bij Maastricht. Weer aangeplant want de Nederlandse wijntraditie dateert van de Romeinse tijd. De eerste oogst leverde 1400 flessen op tegenwoordig produceert de Apostelhoeve meer dan 110.000 flessen. Zoon Mathieu en kleinzonen Robin en Gilbert bestieren nu het wijndomein waarbij opa Hugo ook nog regelmatig om de hoek komt kijken en zich niet onbetuigd laat.

Temperatuurstijging

De gemiddelde temperatuur is de laatste honderd jaar in ons land met bijna twee procent gestegen. Zo zien we een enorme toename van het aantal wijngaarden in Nederland, momenteel zijn er ongeveer 200 wijngaarden in Nederland. Maar ook Denemarken telt zo’n dertig wijngaarden en in België wordt onder andere Chardonnay en Pinot-Noir verbouwd waarvan de wijnen kunnen wedijveren met grote wijnen uit de Bourgogne. Echter een nog grotere temperatuurstijging zeg tot 4 graden heeft grote consequenties. Op het zuidelijke halfrond, in Australië in delen van Argentinië en Chili zal de wijnbouw verdwijnen en dat geldt ook voor Griekenland, de zuidelijke laars van Italië en zuid Spanje, zoals het sherrygebied Jerez. In de Franse wijnbouw zal chaos ontstaan. De nauwe relatie die er is tussen terroir (bodemsamenstelling) en druivenvariëteiten, zoals vastgelegd in de wijnwetgeving zal dan van geen enkele waarde meer blijken te zijn. De klimatologische veranderingen zullen vanzelfsprekendheden van nu volledig omverhalen. Wetten kunnen nog wel worden veranderd maar het diepgewortelde geloof omtrent de juiste druiven variëteit(en) in een bepaald gebied en de smaak van een wijn uit een concrete streek is minder makkelijk uit te bannen.

Châteauneuf du Pape uit Bourgogne

Als de gemiddelde jaartemperatuur met nog eens twee graden stijgt zal de geografie van wijn dramatisch veranderen. Rioja, Toscane en de Dourovallei zullen Frankrijk binnentrekken. Rioja vinden we dan waar nu de Pays d’Oc is, Toscane waar nu de Provence is. De Rhônewijnen schuiven op richting Bourgogne. Port moeten we gaan produceren in Bordeaux, terwijl de Bordeauxwijnen in de omgeving van de Loire worden gevinifieerd. De Chardonnay wijnen van Chablis en omgeving kunnen zich waarschijnlijk in dat gebied handhaven want het is een druivenras dat in diverse klimaten kan gedijen. Maar Chablis zal niet meer zo strak, zo koel en zo mineralig van smaak zijn. Chablis zal dan volle, ronde en rijke wijnen voortbrengen zoals we deze kennen uit Napa-Valley. De grote rode Bourgognes komen dan uit de Elzas.

Ede het centrum van de Champagne

Champagne, de aristocratische en luxe mousserende wijn die nu nog exclusief wordt geproduceerd in het gebied rondom Reims en Epernay en in het dal van de Marne zal dan gemaakt kunnen worden in het gebied van de Gelderse Vallei, rond Ede en Wageningen en in het dal van de Lunterse Beek. Is dat het voorland van onze kleinkinderen? Het lijkt een oppervlakkige beschouwing, een paradijselijke droom. Champagne is een wereldrank. Wijnliefhebbers herkennen deze bruisende wijn als het toppunt van elegantie, verfijning en complexiteit. De Gelderse Vallei en in het bijzonder de Vallée de Lunteren wordt een begrip in de wereld.

Rentmeesters

Niettemin moeten we met z’n allen wensen dat het nooit zover zal komen. Wat doen we eraan? Letten we op wat we kopen en passen we onze levensstijl en productieprocessen aan, zoals nu zo actueel is? Beheren we ons rentmeesterschap naar behoren? In het belang van onze kleinkinderen, laat ze geen champagneboeren worden.

Lees hier de online krant van deze week.

Lunterse beschouwinkjes: De Lunterse Beek

De Lunterse Beek is vooral bekend als viswinkel en visrestaurant In het centrum van Lunteren. De Lunterse Beek was  echter een -voor de waterafvoer- zeer belangrijke beek In de Gelderse Vallei. De huidige Lunterse Beek loopt heden ten dage nauwelijks door Lunteren en in de loop der tijd zijn er tientallen kilometers van de Lunterse Beek verdwenen.

De huidige Lunterse Beek

De beek ontspringt tegenwoordig bij de rondweg ongeveer 200 m ten noordoosten van de kruising met de Klomperweg. De Lunterse Beek kronkelt dan langs de Stroet naar het Werk aan de Daatselaar en langs Renswoude. Ten zuiden van Scherpenzeel mondt de inmiddels brede beek dan uit in het Valleikanaal. De huidige Lunterse beek is nog maar 11 kilometer lang en wordt gevoed door de Overwoudse Beek, de Nederwoudse Beek, de Sprakelaars Beek en de Fliertse Beek. De beek wordt beheerd door het Waterschap Vallei en Veluwe.  

De vroegere Lunterse Beek

De oorspronkelijke  Lunterse Beek was wel 35 km lang en was gedurende honderden jaren  zeer belangrijk voor de waterafvoer in de Gelderse vallei. De beek ontsprong in de buurt van Kootwijk. Langs de loop van de beek ontstonden buurtschappen als De valk, Westeneng, Meulunteren, Lunteren, Renswoude, Scherpenzeel, Woudenberg en Leusden. De Lunterse Beek mondde uiteindelijk uit in de grachten in Amersfoort. De Amersfoortse grachten werden eeuwenlang gevoed met zeer schoon Lunters water!  Uiteindelijk stroomde dat water naar de Zuiderzee, via de Eem. De Eem was daarmee eigenlijk een soort vervolg van de Lunterse Beek.  

Verzanding en conflicten

Door allerlei oorzaken verliep de waterafvoer via de Lunterse Beek geleidelijk aan niet meer goed. Door veel zandtoevoer verzandden de Amersfoortse grachten en was het peil in de Lunterse Beek te hoog. Er  werd gekozen om het water via de Barneveldse beek af te voeren. Hierdoor verzandde uiteindelijk de bovenloop van de Lunterse Beek tot Lunteren.

Valleikanaal en Heiligerberger beek

Eind jaren dertig werd het Valleikanaal gegraven. Daarbij werd tussen Scherpenzeel en Leusden gedurende een kilometer of vijf de loop van de Lunterse Beek gevolgd. 

De loop van de oorspronkelijke Lunterse Beek van Leusden tot Amersfoort heet tegenwoordig Heilgerberger Beek.

Daarmee is de eens zo lange  Lunterse Beek gereduceerd van 35 tot 11 kilometer. 

Kunstwerken

De Lunterse Beek  kent twee soorten kunstwerken. Kunstwerken in de bouwkundige betekenis van het woord: sluisjes, bruggetjes  en vistrappen. 

Daarnaast  zijn  dat twee artistieke kunstwerken. Ze zijn gemaakt door Floor van Dusseldorp (1940) en ze verbeelden de oude loop van de Lunterse Beek, dwars door het dorp Lunteren. Het eerste kunstwerk,  bij het station, heet ‘de Bron’ en werd in 2015 onthuld. Het zijn  zilverkleurige golven met daarop dichtregels van Paul van Ostaijen: ‘klein de druppel / verborgen in lagen van tijd / opwellend het water / onmisbaar voor de mensheid’. Via   zilverkleurige steentjes in de Wilbrinkstraat, die waterdruppels symboliseren,  is het verbonden met het tweede kunstwerk van Van Dusseldorp: ’Meander’ (2006) in de Dorpstraat. Dat bestaat uit een- in het plaveisel  aangebrachte-  blauwe meanderende beek, met daarin de volgende dichtregels: ‘Smal de geul / water van veluw tot vallei / herinnering stroomt / in zilver en blauw voorbij’.  

Lunterse Beek en natuurschoon

De Lunterse Beek heeft  nog steeds zeer mooi zuiver water en prachtige natuur, met name het gedeelte waar de beek de Slaperdijk kruist, net ten zuiden van het Werk aan de Daatselaar en ten oosten en noorden van  Renswoude. De beek is onderdeel van de ecologische hoofdstructuur tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Er lopen, vliegen en zwemmen ijsvogels, ooievaars, lepelaars, padden, hazen, fazanten en tientallen vissoorten.  

Martijn Stöfsel

bronnen:

– www.spoorbeeld.nl

– www.straatpoezie.nl 

– Wegwies, nummer 5, 2020

Lees hier de online krant van deze week.

 

 

 

 

Onverhuld: Relatietherapie

Eerst nog even terug naar mijn vorige bijdrage over de Zilvervloot. Een kennelijk trouwe lezer attendeerde mij erop dat die vorm van sparen voor kinderen nog steeds bestaat. Toen ik het betreffende kantoor van die bank uit de regio (…) in L. lopend passeerde kreeg ik de brochure erover mee. Het blijft een fijn dorp.

Dan die relatietherapie, want u bent natuurlijk benieuwd. Wie betreft dit, want zo’n therapie is er toch vooral voor iemand anders en niet voor jou; prima relatie heb ik zelf.

Ik help u uit de droom. Die relatietherapie hebben we vandaag de dag allemaal nodig, althans volgens minister Dilan Yesilgöz van Veiligheid en Justitie. In een recente lezing probeert zij antwoord te geven op huidige vraagstukken als populisme, wokisme, polarisatie en complottheorieën, eigenlijk wat we dagelijks in de krant lezen. Een moedig verhaal vind ik zelf. Het probleem is wel dat het, zo vrees ik, niet verder komt dan de bekende groep die een kritische ochtendkrant leest.

De populist die zegt dat de democratie is gekaapt door een corrupte elite die de goede burgers het zwijgen heeft opgelegd en niet naar ze wil luisteren heeft de wind erg mee. Daarom zijn er die crises over wonen, asielopvang, stikstof en energie. Dagelijks hoor je wel een politicus die precies weet hoe het komt en dat zijn collega van een andere partij er totaal niets van begrijpt. Maar is er dan een oplossing?

En zo komt de relatietherapie om de hoek kijken. Herstel de relatie tussen de bewoners en de politiek. Dan komt het moedige van de lezing. Iedereen maakt fouten, ook in een relatie. Praat daarover, hoe kwam het, hoe kunnen we het oplossen en het belangrijkste durf die fouten ook toe te geven. Dat moet ook voor de overheid gelden, van gaswinning tot toeslagenaffaire en van corona-aanpak tot stikstof.

Durf het uit te leggen en toe te geven. Dat is moeilijk en niet alleen uit eigenwijsheid, vooral uit kwetsbaarheid. Wat gaat de ander doen, betekent dat mijn einde? Daarom hoort bij toegeven, ook vergeven. En dat laatste kennen we nauwelijks in de politiek. Als we dat zouden kunnen, dan kunnen we crises beter en in ieder geval veel sneller oplossen.

Lees hier de online krant van deze week.

Ruzie maken: wil je gelijk of geluk?

Er zijn op dit moment veel grote en kleine conflicten In de wereld: de oorlog In de Oekraïne, de strijd van de boeren tegen het stikstofbeleid van de overheid, ruzie In het Lunters museum en iedereen heeft wel eens meningsverschillen of ruzies in relaties, op het werk of met vrienden. Hoe worden meningsverschillen eigenlijk ruzies en wat kan je eraan doen?

Patroon in ontstaan van ruzie

Daar waar mensen met elkaar samenleven of samenwerken zijn er altijd grote en kleine verschillen. Die kunnen leiden tot meningsverschillen en heftige ruzies.

Bij de ontwikkeling van meningsverschillen naar ruzies doet zich een karakteristiek patroon voor, dat bestaat uit drie fasen of niveaus: het wens- of onderhandelings-niveau, het verwijt-niveau en het ruzie of escalatie-niveau.

Wens of onderhandelings-niveau: IK…

Mensen hebben wensen en die kunnen verschillen. Belangrijk is om die verschillen op een vriendelijke manier naar elkaar uit te spreken. Op die manier kan er gezocht worden naar een compromis tussen twee meningen of wensen. Indien dat met wederzijds respect gebeurt is dat meestal geen probleem.   Samenleven en samenwerken betekent nu eenmaal dat je niet altijd je zin kunt krijgen. 

Belangrijk in deze fase is: dat mensen weten wat ze willen of vinden en ze zich daarover tijdig (en respectvol) uitspreken en dat doen in de ’ik’-vorm.

Verwijt-niveau: JIJ…

Indien meningsverschillen niet uitgesproken worden of iemand zich niet gehoord voelt, gaan er irritaties ontstaan. Irritaties zijn niet gehonoreerde wensen, die als verwijt geuit worden. De ander hoort dan vooral het verwijt en niet meer de onderliggende wens. 

Er wordt dan gepraat  in de ’jij’ vorm. Vaak met stemverheffing of geïrriteerde lichaamstaal. Er is dan nog maar weinig ruimte en begrip voor de ander. 

Op dit niveau valt er niet meer naar een compromis toe te werken.

Ruzie of escalatie niveau

Indien er nog wat ‘oude koeien’ om ruzie over te maken in de sloot liggen, kunnen die er meestal op een gegeven moment bijgehaald. Beide gesprekspartners verschansen zich in deze fase in de loopgraven van hun eigen gelijk. Er kan meestal alleen nog ongenuanceerde modder (of erger) naar de ander worden gegooid. Er is geen ruimte meer het  gezichtspunt van de ander. Indien dit proces niet tijdig gestopt wordt door middel van bijvoorbeeld een time-out, kan dit leiden tot oorlogen, echtscheidingen, buiten functie-stellingen of breuken in relaties.  

De-escalatie

Om te de-escaleren is het noodzakelijk dat beide partijen erkennen dat ze een belang hebben om met elkaar verder te gaan. Vervolgens moeten ze terug in het patroon: wat was het eigenlijke verwijt, waar de ruzie mee begon? En wat was de wens daaronder? Op het wensniveau kan vervolgens  onderhandeld worden.

Zo’n gezamenlijk belang kan een gezamenlijke grens zijn (zoals bij Rusland en Oekraïne), dat je boer wilt blijven (en in Nederland wil wonen), dat je samen kinderen of een huis hebt of samen bij dezelfde organisatie wilt blijven. 

Bij onderhandelen moeten beide partijen enerzijds elkaars belang /wens/positie erkennen en anderzijds bereid zijn water bij de wijn te doen. Wat ook kan is dat er  een status quo ontstaat: acceptatie van het verschil, zodat men op andere gebieden nog verder met elkaar kan.

Indien één van de partijen zoiets niet wil, blijft het proces steken op het ruzie/escalatie-niveau.  

Dat betekent meestal dat er een definitieve breuk volgt (echtscheidingen of gedwongen ontslagen). Beide partijen zullen dan hun verlies moeten leren verdragen.

Ook kan de uitkomst een gewapende vrede zijn; we blijven boos, het conflict laait af en toe op, maar we lossen niets op. Dat speelt soms tussen landen (Israël en Palestina) of in relaties.

Wil je gelijk of geluk?

Je kan de keuze in een conflict samenvatten als: 

wil je ‘gelijk’:  je bent alleen met je eigen wens/positie bezig, er is geen compromisbereidheid en er blijft ruzie, spanning of oorlog. 

of wil je ‘geluk’: je bent wel met je eigen wens/ positie bezig maar je hebt ook begrip voor de wens/positie van de ander en je bent bereid water bij de wijn te doen, waardoor de spanning zal afnemen.

Ik wens alle mensen die in conflicten terecht komen,  dat is dus (af en toe) iedereen, veel sterkte daarbij!

Martijn Stöfsel

Lees hier de online krant van deze week.

Onverhuld: Korte keten

Mensen met een missie, daar houd ik van! De sporter die naar een topprestatie streeft, de musicus die het beste uit zichzelf wil halen, eigenlijk gewoon degene die zich met hart en ziel inzet voor de samenleving of in het werk. 

Zo heb ik ook altijd belangstelling voor mensen die sober willen leven, zoals de bewuste keuze om geen koelkast of televisie te hebben, geen kant en klaar eten te kopen, maar het zelf te verbouwen en geen auto willen hebben. Ik zat deze zomer op een camping, waar het openbaar vervoer ver weg is en er kwam een stel 50’ers aan, lopend met rolkoffertjes. 

Ik zag ze, wanneer ik ging fietsen, bij de bushalte staan en wanneer ik na een uur terugkwam, stonden ze er nog. Dan heb je toch een missie. Ze dronken ook alleen maar water. Sorry, maar op zo’n camping zie je alles.

Behalve de ontkenners zijn er velen die streven naar een beter klimaat en milieu: zonnepanelen, je tuin vergroenen, sedumdak, gescheiden afval, zoveel mogelijk openbaar vervoer, niet vliegen; de mogelijkheden zijn legio.

Naar vermogen je inzetten, zeg ik altijd maar en dat doen er veel. Nu zijn er ook die zeggen zeer begaan te zijn met het milieu, anderen de spiegel voorhouden, maar ondertussen alleen kant en klaar maaltijden laten bezorgen, zakjes gesneden groente kopen of alles op internet bestellen. Ik las zelfs over iemand die een zonnepaneel boven de hot tub had laten zetten. “Practice what you preach”, geldt dan. 

Bij ons is het zo makkelijk om op fietsafstand aardappelen of groente te halen bij de boer of eieren, honing, zelfs de melktap is er. Ja, het kost tijd, maar die korte keten, die levert echt wat op.

Lees hier de online krant van deze week.