Onverhuld: De stad die een dorp moet blijven

Het wordt regelmatig tegen mij gezegd, Ede is geen stad, maar een dorp. En dat is waar, maar maakt het uit? Apeldoorn en Den Haag zijn ook geen stad, Apeldoorn noemt zich het grootste dorp van Nederland en hoofdstad van de Veluwe. Doesburg en Hattem zijn steden met rond de 12.000 inwoners. Het zit niet in de naam, wel in de samenleving of beter het samenleven. En wat is er trouwens mis met een dorp? Daar ging onder andere mijn niet uitgesproken Nieuwjaarsspeech over. Ik had het over koesteren wat ons dierbaar is, over een gemeente waar nieuwe generaties een plek kunnen vinden zonder dat bestaande gemeenschappen hun kracht verliezen. Over het bouwen op de rots die welzijn heet en over de verbondenheid en perspectief, bouwen letterlijk en figuurlijk aan een stad Ede, die dorp blijft in hart en ziel. Bennekommers, Lunteranen en de andere dorpen in de gemeente zijn zuinig op hun identiteit, daar haal je de kracht en verbinding uit. 

En natuurlijk had ik het over nog veel meer zoals de staat van het bestuur. Uit recent onderzoek van het programma Nieuwsuur blijkt dat al 15% van de gekozen raadsleden is vertrokken. Werkdruk, persoonlijke omstandigheden, maar ook de toegenomen agressie uit de maatschappij bij heikele kwesties spelen een rol. Een raadslid heeft een standpunt, stemt over besluiten en steekt zichtbaar de nek uit. Laten wij dit met z’n allen, ook als je een andere mening hebt, beseffen en respecteren, de onafhankelijkheid voor de publieke zaak moet voorop blijven staan. Ik besloot de speech zo ongeveer met de woorden: graag nodig ik u tot een vorm van vertrouwen. Vertrouwen in onze geschiedenis, in onze veerkracht en in elkaar, wie je ook bent.

Lees hier de online krant van deze week.

Onverhuld: Denk (samen) Voorruit

Niet zo’n leuk onderwerp de “Denk Vooruit” campagne van de overheid. Het risico op bijvoorbeeld een langdurige stroomstoring of een tijd geen kraanwater neemt toe. Door een hack van kwaadwillenden en ook door klimaatverandering is het mogelijk dat al die zaken die wij elke dag zo vanzelfsprekend vinden en waarvan we afhankelijk zijn, verstoord kunnen worden.

Een paar jaar geleden lag er een schip een paar dagen dwars in het Suez-Kanaal en dat leverde al snel lege schappen op. In een opslag van drinkwater in en rond de stad Utrecht was laatst een bacterie ontdekt, het was beter het water te koken. Mensen holden in hun pyjama naar de supermarkt om tientallen flessen water weg te slepen. Je kon het beter niet drinken werd er gezegd. Net als u ben ik gewend dat alles het doet en die keren dat er wat uitvalt is dat een paar uur en dan is het wel weer hersteld. Maar als het drie dagen duurt is dat wat anders.

De afgelopen weken heb ik de campagne van de rijksoverheid in diverse gezelschappen genoemd en met verschillende mensen gesproken om er achter te komen hoe erop gereageerd wordt. Dat valt zoals verwacht niet mee, maar uiteindelijk toch wel. Er wordt verbaasd gereageerd waarom die campagne en voorbereiding nodig is; veel mensen denken dat de overheid dit wel kan voorkomen en oplost. Een noodpakket wat kost dat wel niet, vragen sommigen zich af? Dit pakket bevat trouwens allemaal spullen die je doorgaans wel in huis hebt: water, wc papier, kaarsen, blikgroente, lucifers of een aansteker, batterijen, een powerbank, tissues e.d. Alleen die transistorradio met batterijen, die heb je misschien niet. De kringloopwinkels inmiddels ook niet meer trouwens. 

Het is niet alleen zelfredzaamheid, vooral samenredzaamheid. Kijk naar je buren of de straat of je die kan helpen of dat zij jou kunnen helpen. Als je dat zegt zie je het gezelschap wat oplichten, uiteraard doe ik dat! Ik heb dat eerder ook gezien bij een grote brand. Dan doen mensen midden in de nacht hun deur open voor mensen die niet meer naar huis kunnen, komen met eten en drinken. Ik sprak een collega wiens gemeente onder water was gelopen. En hij vertelde me dat iedereen voor elkaar in de bres springt. Samen de meubels naar boven sjouwen, zandzakken leggen, mensen die slecht ter been zijn wegbrengen, dieren in veiligheid brengen. Zo’n situatie maakt onvermoede krachten los.

Ik hoop dat we er niet mee te maken krijgen, denk ook dat het zal meevallen, maar je moet wel voorbereid zijn. En samen voorbereid zijn, dat is het allerbeste.

Lees hier de online krant van deze week.

Onverhuld: Creatieve vernieling

Wat een kop, creatieve vernieling. Wat is dat? Graffiti, wildplakken, een kunstwerk slopen. Nee, dat is het allemaal niet. Toen ik het las dacht ik aan jaren geleden dat je iets schreef of tekende op papier en was dat halverwege niet naar je zin, dan verfrommelde je het papier en dan verdween het als prop in de prullenbak. 

Lang vervlogen tijden, net als bijvoorbeeld de geschreven sollicitatiebrief. Daar heb ik er wat van weg moeten gooien. Maar wat is het dan wel, die creatieve vernieling? Het is nog veel ouder. De Oostenrijkse econoom Schumpeter noemde creatieve vernieling zo’n 100 jaar geleden als een kenmerk van het kapitalisme: “creatieve destructie is het proces van innovatie waarbij nieuwe producten en technologieën oude vervangen en verouderde markten vernietigen.” Dan krijg je economische groei, die zelfs duurzaam kan zijn. Het is de tegenstelling die eigenlijk niet bestaat. Behoud, dus handhaven, of innovatie, vernieuwen. We gingen van de (water)molen naar de stoommachine en vanaf daar naar olie, gas en kernenergie. Dichtbij huis bijvoorbeeld de ENKA, ooit een enorme fabriek die kunstvezels maakte als nylon en terlenka, want de mogelijkheden van wol en linnen waren toen nog beperkt. Ook dat is al jaren vernieuwd, de terlenka werd vernietigd, in de termen van Schumpeter.

Drie economen wonnen er dit jaar de Nobelprijs mee. Destructie leidt tot duurzame groei. Artificiële intelligentie (AI) versnelt de creatieve vernietiging; inzichten worden sneller gevonden en je hebt enorme groei. Ik schrok er van, dacht aan de Terminator films, waar machines het overnemen. Maar dat viel mee gelukkig; de vooruitgang moet je vergelijken met een gevoelige plant. Die kan alleen overleven met de juiste temperatuur en met goede zorg. In de termen van de prijswinnende economen ‘technologische vooruitgang is gevoelig voor sociale en economische omstandigheden.’ En die hebben we deels zelf onder controle met ons verstand en ons handelen. Laten we daar vooral ons best voor blijven doen.

Lees hier de online krant van deze week.

Onverhuld: Een gepasseerd station

Kortgeleden was ik in Drenthe. En toen ik de omgeving bekeek zag ik dat Kamp Westerbork in de buurt was. Veel over gehoord en gelezen, maar nog nooit geweest. En dan ga je het Herinneringscentrum – Kamp Westerbork zoals het voluit heet uiteraard bezoeken.

Het originele huis van de kampcommandant, een SS’er stond er nog, het wordt onder een enorme glazen kap bewaard. Je ziet de film die hij speciaal door een Joodse cameraman heeft laten maken. Joodse mensen, jong en oud die bedrijvig door het kamp lopen en af en toe vrolijk zwaaien naar de camera (…). Er worden aardappelen geschild, tuinen onderhouden, zelfs toneel gespeeld. Mensen worden in gereedstaande wagons geduwd op weg naar het volgende kamp om daar te werken. Dat dachten ze althans. De meesten van de ruim 100.000 gingen regelrecht naar de gaskamers van vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor. Van de 107.000 mensen overleefden er slechts 5000.

Bovenstaande is nog algemene kennis, bij zo’n bezoek vallen je de gruwelijke details op. Zoals een kampbewoner, geen SS’er, die elke wagon op weg naar de dood zorgvuldig vergrendeld en wel een SS’er die met krijt in grote letters het aantal er op schrijft: 76 mensen erin gepropt. Vervolgens stonden de SS’ers keuvelend en rokend toe te kijken hoe de trein het kamp verliet. Er zijn 97 transporten geweest, alles zorgvuldig bijgehouden, een systematische vernietiging.

Of dat ‘detail’ van de kampcommandant. Hij kreeg in 1948 10 jaar gevangenisstraf, waarvan hij er 6 uitzat. Er was geen bewijs dat hij wist wat er met de gedeporteerden ging gebeuren. Hij overleed in 1982 en zei nooit spijt gehad te hebben van het gebeurde.Wat ik ook niet wist was dat de Nederlandse regering in 1939 het kamp had gebouwd voor Joodse vluchtelingen die de dreiging van de Nazi’s al voelden. In 1942 kon de SS het zo in gebruik nemen. Men liet het door de Nederlandse politie bewaken.

Het bezoek spookt al dagenlang door mijn hoofd. Iedereen kweet zich zorgvuldig van zijn taak in Westerbork. Is dat wat mensen in zo’n situatie doen, al dan niet beseffend wat het lot gaat worden. Of verdring je dat, je gelooft dat het niet waar kan zijn, onafwendbaar, te onmenselijk. Wat ik wel weet is dat verzet veel te laat was. Een gepasseerd station, men rende op de afgrond af en de daders beweerden achteraf dat zij van niets wisten. Ik raak het niet kwijt, blijf in stilte roepen dat een democratie, al ben je het oneens met elkaar, kunnen stemmen en vrijheid het hoogste goed zijn wat we hebben en altijd moet blijven. Dat station mag nooit gepasseerd worden.

Lees hier de online krant van deze week.

Onverhuld: Keten-afhankelijk

Nee, deze column gaat niet over mijn ambtsketen, het gaat om totaal wat anders.

Regelmatig zijn er berichten over economisch snel groeiende regio’s. Alsof het een competitie is; het wordt nauwlettend gevolgd. Steevast zijn het de regio’s Eindhoven (Brainport), Zwolle, Utrecht en Almere die zich in de bovenste regionen bevinden.

Of u het nou leuk vindt of niet, grote kans dat wanneer u dit van papier leest u in de Regio Foodvalley woont. Dat zijn acht gemeenten in de Gelderse Vallei: Ede, Barneveld, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen, die al 15 jaar geheel vrijwillig samenwerken op een aantal terreinen. Deze regio is een van de snelst groeiende van Nederland en scoort heel hoog op welvaart en welzijn. Waarom lees je dat dan niet in de pers?

Het antwoord is simpel, de regio bestaat niet! Of het nu de Rabobank is of een Planbureau, deze regio wordt in hun staatjes gevierendeeld richting Utrecht, Arnhem, Apeldoorn en nog wat.

Als we het zelf maar weten, denk ik dan. Bij een vooruitblik hoe de regio er in 2030 kan uitzien sprak een hoogleraar van de Vrije Universiteit Amsterdam over onze regionale economie. En die is en blijft sterk en daar zijn in ieder geval een tweetal mooie verklaringen voor:

De eerste dat bent u, als u ondernemer bent of in het bedrijfsleven werkt. U bent serieus en wil hard werken. Hoge arbeidsproductiviteit. 

De tweede verklaring is dat er veel eindproducten gemaakt worden, of dat nu zuivel is of een machine. Wanneer je in de productieketen maar een schakeltje bent en iets maakt wat onderdeel is van een eindproduct ben je sterker afhankelijk van nationale en internationale invloeden. Voor ons geldt dat we in dat verband weinig afhankelijk zijn van het buitenland. Een multinational gevestigd in een ander land kan zo maar andere investeringsbeslissingen nemen en dan ga je gewoon mee. Bij ons valt dat risico gelukkig mee. Wel zijn we keten-afhankelijk (zo heet dat) in eigen land, maar dat is voorspelbaarder.

Zo leer je op een achternamiddag toch weer iets nuttigs over de eigen regio.

Lees hier de online krant van deze week.

Onverhuld: Brutalisme

In mijn vorige column had ik het over de mentale sprong die we misschien moeten maken, als het gaat over de groei van Ede. En dat illustreerde ik aan de hand van de komst van de kazernes rond 1900 en de ENKA-fabriek in 1925. Beide ontwikkelingen zorgden voor een sprong in groei aan bewoners en voorzieningen. En kijk eens wat we er aan overgehouden hebben: twee hele mooie en zeer gewilde woonwijken. Eigenlijk was ik nog zo’n sprong vergeten. Die valt ook wat minder op omdat dat in een heleboel gemeenten gebeurde.

Na de Tweede Wereldoorlog werd in Ede een tekort van 2000 woningen berekend. De verstedelijking, want dat was die sprong, begon met de naoorlogse hoogbouw in Veldhuizen en Ede-Zuid en later meer met nieuwe wijken zoals Maandereng, de Rietkampen in 1988 en 10 jaar later Kernhem. Dat ging gepaard met een toename van de bedrijvigheid, de NOBO (koekjes) en verzekeraar Victoria Vesta zijn bekende namen uit die tijd. Door de goede verbindingen vestigden ook veel bouw- en distributiebedrijven zich op nieuwe bedrijventerreinen. Niet alles ging zonder slag of stoot.

In het najaar van 1971 vond een protestmars plaats tegen de bouw en de hoge kosten van het Raadhuis. Meer dan een groeistuip, het brutalisme een architectonische stroming, ook bekend van de Bijlmer leverde een nieuw Raadhuis op in blokachtige structuur van gewapend beton. De architect vleide dit gevaarte tegen de Paasberg aan, waarbij ook nog een bestaande straat moest wijken. Het is nu een rijksmonument, sommigen vinden het mooi, anderen afschuwelijk. Het is wel een prettig gebouw om in te werken, licht en ruim, maar dat is de binnenkant. Brutaal, dat was het toch wel.

Lees hier de online krant van deze week.

Onverhuld: Een mentale sprong?

Wie van u het afgelopen seizoen de discussies in de gemeenteraad heeft gevolgd of daar wel eens iets uit heeft gehoord zullen veelgebruikte woorden als huizen, stikstof, landbouw en natuur wel opgevallen zijn. Iets abstractere begrippen als netcongestie (tekort aan stroom) en schaalsprong vallen ook met regelmaat in de politiek.

Wat is dan toch die schaalsprong, is dat verder willen springen dan je polsstok lang is, nee dat is het niet. Het is ook geen sprong in het duister en ook niet groot, groter, grootst zoals sommigen ons willen laten geloven. Het heeft wel met de groei van de gemeente te maken. We groeien al jaren met ruim duizend personen per jaar en dat betekent ook dat je meer publieke voorzieningen nodig hebt zoals scholen en ook bij sport en cultuur. Meer mensen, meer voorkeuren, meer opleidingen, meer creativiteit, meer beweging, meer recreatie, kortom de behoefte neemt toe. En ik had het bewust over publieke voorzieningen, de gemeente bouwt geen sportscholen, Jumppark of hotels. Dat doet de markt.

Maar wel een brandweerkazerne, sportaccommodaties, scholen en culturele voorzieningen. En dan is het niet een kwestie van een zwembad iets groter maken of een paar stoelen er bij plaatsen, je staat meteen voor forse investeringen, want je zet iets neer voor pakweg 30 jaar. En dan is het ook terecht een politieke afweging over die investering en die behoefte. Daar kun je verschillend tegenaan kijken. 

Dát bedoel ik met een mentale sprong, die schaalsprong zit ook in ons hoofd. Zijn we er aan toe, wat zijn de risico’s, is het nodig, het kost veel geld. Het helpt om te weten dat er twee keer eerder een schaalsprong was, de komst van de kazernes rond 1900 en 25 jaar later de bouw van de ENKA fabriek. Dat veranderde een klein heidedorp in wat het nu is. Nog geen 100 jaar later verdwenen zowel de kazernes als ENKA. Generaties hadden er hun dienstplicht vervuld en gewerkt en wij zien wat er van over is gebleven. Dat mag er in deze tijd nog steeds zijn! 

Dit helpt misschien wat met die mentale sprong.

Lees hier de online krant van deze week.

Onverhuld: Bijvangst

Mooi artikel vorige week in Ede Stad over buurttuinen. Vanzelf is de vroegere volkstuin, ooit bedoeld om de flatbewoner of mensen in kleine huizen verpozing te geven of hun groente te verbouwen, buurttuin geworden, waarbij de ontmoeting centraal staat. Het begint soms met de oogst van aardbeien, zo lees ik.

Begin juli was ik op een avond met aan- en omwonenden van het Kuiperplein. De uitnodiging was gericht op de uitslag van een enquete over de mogelijkheid van het uitbreiden van het aantal evenementen op het plein. Maar als vanzelf ging het die avond over meer: zwerfafval, lawaai, de mogelijkheid van parkeren bij de bakker en de slager, bloembakken (ook positief trouwens) en aan het eind van de avond toen ik een paar conclusies aan het trekken was, werd ik uit de zaal aangevuld met ‘u vergeet de buurtbarbeque die we graag willen.’ Een heerlijke avond, je gaat om problemen te bespreken en dat gebeurde ook en de bijvangst is groot, alsof je het net aan de andere kant had uitgegooid. In Lunteren heeft men dat trouwens elk jaar, daar is het geen bijvangst meer, de schranstafel op de Oud Lunterse Dag is de gebruikelijke vangst daar.

Aan bovenstaande moest ik denken toen ik deze weken in Frankrijk was. Hier heeft in bijna elk dorp de ‘Marché des producteurs’ of het ‘Fête de mer’ dezelfde functie als de buurttuin of de buurtbarbecue. Iets van alle gezindten en leeftijden, je leert elkaar kennen. Waar we ook wonen of zijn, hoe groot ook de omgeving, we zoeken de kleinschaligheid. En als toerist heb je ook hier bijvangst, de grootste oesters voor 1 euro per stuk. We blijven ook op vakantie Nederlanders.

Lees hier de online krant van deze week.

Onverhuld: Alle dagen lopen

De Nijmeegse Vierdaagse zit er weer op. Respect voor al die 45.000 wandelaars, vrijwilligers, de mensen bij die de doorkomsten aanmoedigden, eigenlijk voor alle betrokkenen.Je kon het ook niet missen vorige week. Alle media in Gelderland deden zo’n beetje live verslag van het evenement, een en al ongedwongenheid en vrolijkheid. Voor de uitvallers, door de regen krijg je sneller blaren begreep ik, is het dan even minder leuk, maar volgend jaar weer een kans.

Wat zou het nu zijn al die aandacht in de media, naar mijn gevoel veel meer dan andere jaren. Het begin van de zomer, ontspanning, feesten, de puurheid van het wandelen, de prestatie, de buitenlucht, het landschap, het sociale element, de finish halen? Ik denk van alles wat. Of is het om even weg te zijn van de ellende van de wereld. Oekraïne, Gaza, de onvoorspelbare Trump, hebben we daar genoeg over gehoord, willen we het wegduwen met ander nieuws om een goed gevoel te krijgen? Volgens mij is het toch dat eerste, al die elementen die dat wandelen zo leuk maken. En dan ben ik nog vergeten dat mensen bij die vierdaagse ook alles uit zichzelf halen en zichzelf soms overwinnen. De ellende van de wereld is er en blijft, maar je bent even met wat anders bezig dat je voldoening geeft. Je kunt tevreden met jezelf zijn.

Daarom zeg ik: ‘alle dagen lopen’, want als je tevreden kunt zijn – en dat kan ook met andere prestaties of met je werk of met je relatie – dan kijk je toch wat anders aan tegen de ingewikkelde zaken om je heen. Je opvattingen hoeven niet te veranderen, maar ik hoop dan altijd om wat meer begrip voor de andere kant in conflicten en meer motivatie om te proberen om daar een eind aan te maken. In ieder geval een open blik. ‘Mens sana in corpora sano’, gezonde geest in een gezond lichaam. Je komt in een positieve mentale toestand en je gaat zelfs beter voor jezelf zorgen.

Lees hier de online krant van deze week.

Onverhuld: De vloek van de geschiedenis

De afgelopen periode hadden we het regelmatig over de afschaffing van de slavernij. Hoe ga je daar mee om? Wel of geen aandacht aan geven? Zwijgen of aan de kaak stellen? We zijn verlegen in ons handelen. Dan moet je de ‘slavernij professor’, maar eens raadplegen, de schrijver Martin Bossenbroek. Een tijdje terug was hij te horen in Cultura. Hij publiceerde onder andere over de Boerenoorlog, over het scharnier in de Arabische slavenhandel, Zanzibar en over onze politiek en handelen in voormalig Nederlands-Indië. Alles gebaseerd op geschreven bronnen.

Ons verleden op dat punt levert volgens hem twee kanten op. De borstkloppers, populisten die ons gouden verleden en de helden roemen en eren. Kritiek is een aanval op ons land, op onze voorouders. Deze groep zet Bossenbroek tegenover de boetedoeners. Die hebben het over een gitzwarte periode met alleen maar daders en slachtoffers. De blamage van het opeisen van land, de slavenhandel en het cultuurstelsel (gedwongen opbrengsten afstaan aan een koloniale heerser) is nooit meer goed te maken. Wanneer we hier in blijven hangen komen we er nooit en blijft het ongemakkelijk praten tegenover iedereen, ook onze voorouders. Bossenbroek wijst als eerste op verzoeners als Mandela, Tutu, Widodo (Indonesië), die aangaven dat hun mensen ook niet altijd zachtzinnig waren en ook slaven maakten of andere groepen uitmoordden. Ten tweede geeft hij aan dat nagenoeg alle landen slavenhandel bedreven en koloniseerden. Meestal andere bevolkingsgroepen of een naastliggend land. De West-Europeanen hadden schepen en deden het overzee, vandaar de trans-Atlantische slavenhandel en de VOC en WIC.

Als derde punt noemt hij dat de Europeanen het als eersten afschaften. Het was Engeland met mensen als Livingstone voorop. Een feitelijke constatering.

In een recent interview wees Bossenbroek er nog maar eens op dat je met boetedoening de dictators van nu alleen maar in de kaart speelt. Die schermen graag met het zwarte verleden van Europa, terwijl ze zelf geen haar beter zijn.

Je kunt en moet het niet goed praten, je kunt en moet het met de bril van nu ook niet van die twee kanten benaderen, daar kom je nooit uit. Als je grote woorden gebruikt als historische helden tegenover onschuldige slachtoffers, moet je eerst het verleden goed kennen. Want anders blijft die vloek alleen maar leed brengen bij ons allemaal.

Lees hier de online krant van deze week.