Middelpunt van Nederland

Het middelpunt vanNederland, het wetenschappelijk verhaal

 

uit boek: Huize "de Konijn" door Henriette Gorter       

          

Arnoud Waller liet tijdens de eerste wereldoorlog zijn huis De Konijn bouwen.
Hij vertelde zijn oudste kinderen niet alleen het verhaal van de ijstijden, waardoor de Utrechtse heuvelrug is ontstaan met de Langeberg en de Goudsberg,  maar ook het verhaal van de eerste landmeters, die op wiskundige wijze Nederland in kaart brachten.



Het geografisch middelpunt van Nederland was vlakbij De Konijn, namelijk achter de Goudsberg. Voor het opzetten van de driehoeksmeting voor de Veluwe werd op de Lunterse berg een uitkijktoren gebouwd.



Bij het meten ging men uit van de torens van Barneveld, Amersfoort en deze toren. Op het hoogste punt van de berg is die toren gebouwd. Eerst was het een houten toren, die ook als brandtoren diende; later hebben ze een ijzeren toren gemaakt, maar in de oorlog is hij verdwenen. 



De eerste driehoeksmetingen, waarmee de Bataafse Republiek het gehele gebied in kaart heeft gebracht, zijn in 1802 gedaan door generaal Krayenhoff. De bedoeling was een kaart te maken waar volgens de nieuwe verdeling van het grondgebied het gemenebest
verdeeld werd in departementen, arrondissementen en gemeenten.



De grondslag voor deze eerste meting vormde de afstand tussen de torens van Duinkerken en Mont-Cassel in Frankrijk.



In noordelijke richting werkte Krayenhoff hierop door tot er 163 driehoeken van de eerste rang in kaart gebracht waren en hij aan kon sluiten op de driehoeksmeting van Hannover, verricht door Epailly. In 1861 was op deze wijze het hele Koninkrijk der Nederlanden in kaart gebracht.



De Topografische kaart van Nederland, van De Man, en speciaal de inleiding
bij de her-uitgave in 1984 , levert de volgende gegevens op.



C.R. Th. Krayenhoff was belast met het verzorgen van een kaart die hij via een triangulatie van het gehele land wilde verzorgen.
In 1801 verkreeg hij daartoe het juiste meet-in-strument, het 'cercle de rflection van Borda', dat uit Parijs moest komen. Hij kon toen met zijn driehoeksmeting aansluiten op het werk van de Fransen Delambre en Mchain, die een triangulatie hadden uitgevoerd van Barcelona tot aan Duinkerken (2). Inderdaad heeft de driehoek, waar Duinkerken- Mont Cassel er twee van vormen, een nummer n op de kaart!
De kaart die De Man in 1802 tot 1804 van dit deel van de Veluwe ging maken, moest in eerste instantie nog uitgezet worden via een grondlijn tussen Ede en Barneveld, waarna hij hoekmetingen nam met het sextant vanaf verschillende torens en hoge plaatsen op de Veluwe (3). Later kon hij gebruik maken van de gegevens van Krayenhoff.

 

Zie ook: Topografische kaart van de Veluwezoom, door M.J. de Man
1802- 1812, inleiding blz 19,23 en 27