Lunteren, een historisch overzicht

Lunteren … zomaar een dorp op de Veluwe. Een dorp met ogenschijnlijk niet zoveel geschiedenis. Toch, als je goed kijkt, zijn er duidelijk historische elementen aanwezig. Je ziet dit in het dorp, maar zeker ook in het buitengebied. Blijkbaar is er toch een geschiedenis van vroegere bewoning. Nu deels een toeristendorp en een moderne woonplaats was Lunteren honderd jaar geleden een echt boerendorp. Hoe lang bestaat Lunteren eigenlijk al? En wat weten we nu over die geschiedenis?

 

Vroege geschiedenis
Het grondgebied van de kadastrale gemeente Lunteren omvat ruim 5200 hectare. Bestuurlijk maakt het onderdeel uit van de gemeente Ede. Het dorp Lunteren wordt doorsneden door de autoweg van Barneveld naar Ede. Daaraan deels parallel ligt de spoorlijn Amersfoort - Ede/Wageningen (het zogenaamde kippenlijntje). Beide verkeersroutes zijn zeer belangrijk geweest voor de ontsluiting en verdere ontwikkeling van het gebied. Een gebied met een glooiend landschap, vroege stuwwallen. Op diverse plaatsen in de omgeving van het dorp Lunteren, bijvoorbeeld bij de Goudsberg, zijn resten gevonden van vroegere bewoning. In enkele grafheuvels werden zelfs vrij bijzondere vondsten gedaan. Dit alles toont aan dat de bewoningsgeschiedenis van het gebied rondom Lunteren al duizenden jaren oud is.

 

In schriftelijke bronnen komen we directe en indirecte bewijzen van het bestaan van Lunteren tegen vanaf ongeveer 1300. In het jaar 1333 wordt Lunteren zeer expliciet genoemd in een rekening van het Hertogdom Gelre. Het gaat dan om de buren van Lunteren. Bij de ontginning van het Lunterse Veld en de verdeling ervan, hield de Hertog een viertal hoeven (=percelen grond) voor zichzelf. Later werden deze in pacht gegeven. Niet alleen de hertog bezat goederen in het gebied, maar ook andere wereldlijke en geestelijke instellingen bezaten in de loop der eeuwen grote stukken grond. Deze werden vaak in pacht uitgegeven en bewerkt door de vroege inwoners van het gebied rondom het dorp Lunteren. Bronnen over deze periode zijn vooral terug te vinden in de bij het Gelders Archief aanwezige archieven van het Hertogdom Gelre.

 

Lunteren in de 16e en 17e eeuw
In Arnhem komt een register uit 1525 voor met een opsomming van beesten in Lunteren. In dit register komen we een goed overzicht tegen van de inwoners van het gebied, onderverdeeld in een aantal buurtschappen. Het aantal inwoners wordt op dat moment geschat op omstreeks 590. Er was een grotere populatie aan beesten, namelijk 461 paarden, 860 koeien, 1480 schapen en 160 varkens.

 

De zestiende eeuw was ook de tijd van de bekende kerkelijke onrusten. Vanaf het eind van de 14e, begin 15e eeuw bestond er in Lunteren een kapel gewijd aan St. Anthonis. Uit stukken weten we dat er al in 1470 ongenoegen was over de bediening in de kapel. Dit conflict met de Edese parochiekerk bleef voortduren en leidde uiteindelijk in 1566 tot de stichting van een eigen parochie. Vanwege de relatieve rijkdom van het Lunterse gebied, met name het Woud, werd deze verzelfstandiging door Ede tegengewerkt. Als belangrijkste reden voor de eigen parochie, het eigen kerspel, werd vanuit Lunteren de grote afstand naar Ede genoemd. De door Ede verwachtte financiële catastrofe bleef echter niet uit. De bisschop van Utrecht bevestigde de stichting van het afzonderlijke kerspel Lunteren. Op 1 mei 1571 werd het kerkhof en de ker door bisschop Frederik van Toutenburg gewijd. Ondanks het feit dat op de Veluwe de bakermat te vinden was van de "hervorming"van de kerk (o.a. Anastasius Veluanus en Johannes Fontanus), bleef Lunteren lang de katholieke tradities trouw. Pas in de loop van de zeventiende eeuw ontstond er een echte protestantse gemeente.

 

De buurt Lunteren
Vanaf 1677 weten we iets meer over de bestuurlijke aangelegenheden in het gebied Lunteren. In het gemeentearchief Ede is het oudste notulenboek van de buurt Lunteren (en Meulunteren) bewaard gebleven. De buurt bestond uit de eigenaren van bezittingen (weliswaar van bepaalde omvang) in het grondgebied van de betreffende buurt. Deze zogenaamde geërfden kwamen met regelmaat bij elkaar in de buurtspraak om hun gezamenlijke belangen te bespreken. De vergadering werd voorgezeten door de buurtrichter. Verder waren er buurtmeesters en soms meerdere functionarissen zoals de scheuter en de buurtschrijver. Vaak was één van de ambtsjonkers tevens buurtrichter. We beschouwen de buurten als een hoogdemocratische vereenvoudigde vorm van het tegenwoordige gemeentebestuur. Eén van de oudste activiteiten van de buurt was het tot stand brengen van de wildwal, waarvan nu nog restanten bestaan. In dit buurtboek en in de andere archiefstukken die van de buurt bewaard zijn gebleven vinden we veel over de "kleine geschiedenis" van Lunteren en haar bewoners terug.

 

Lunteren in de 18e en 19e eeuw
Veel informatie over de inwoners en hun bezittingen is terug te vinden in een eigendomsregistratie uit 1749. Ingedeeld op buurtschappen (Lunteren, Meulunteren, De Valk, Overwoud en Nederwoud) vinden we de hoofdbewoners, het aantal gezinsleden, hun beroepen en hun eigendomssituatie. Het doel van deze registratie was belastinginning, zodat we ervan mogen uitgaan dat de gegevens zeer compleet zijn.

 

Met name in de Franse tijd ontstonden er veel registraties die er op gericht waren om gegevens te verzamelen van de inwoners van een gebied. Uiteraard weten we dat hier de oorsprong van onze bevolkingsregistratie ligt. Bestuurlijk gezien is de periode rond 1800 zeer divers. Het ene na het andere bestuur verscheen op het toneel. In 1812 kwam er zelfs een heuse gemeente Lunteren tot stand. Deze was geen lang leven beschoren; in 1818 ging Lunteren weer op in de gemeente Ede. Uit de kadastrale opmeting van 1832 krijgen we een duidelijk beeld van de bewoning en eigendomsverdeling in Lunteren. Elk stukje grond werd beschreven met de eigenaar en uiteraard de belastinggrondslag. Vanaf dat moment tot aan heden is de eigendomssituatie van iedereen die in Lunteren grond bezat of gebruikte terug te vinden.

 

Het inwoneraantal groeide van duizend aan het begin van de 18e eeuw gestaag door naar 1318 in het jaar 1815. In 1850 was het bijna vijftienhonderd en rond 1900 waren er al drieduizend inwoners. Op dit moment heeft Lunteren ruim 12.000 inwoners. Een bijzondere historische gebeurtenis was de grote brand van Pasen 1850. Door het onvoorzichtig afsteken van vuurpijlen voltrok zich een ware ramp. Zesendertig gezinnen, wonende in 22 huizen, raakten het dak boven hun hoofd kwijt. De belangrijkste bron van bestaan was de landbouw en de productie was grotendeels bestemd voor eigen conmsumptie. Wel werd, zoals eerder vermeld, het gebied in deze tijd ontsloten. De doorgaande weg werd voorzien van grind, grotendeels afkomstig van de Goudsberg. Voor het beheer van deze weg werd een aparte commissie in het leven geroepen. Ook werd er vanaf 1848 in de nu nog bestaande tolhuizen tol geheven.

 

De sociaal-economische situatie aan het einde van de 19e eeuw was niet bepaald gunstig. Onder invloed van een drietal achtereenvolgende notarissen van Lunteren werd de nodige vernieuwing gestimuleerd. Zo werd in 1873 de Luntersche Tuinbouwvereniging opgericht. In 1899 werd de Lunterse Bijenvereniging opgericht. Door een nieuwe denkwijze over het gebruik en ontginning van de buurtgronden ging uiteindelijk in 1890 de buurt Lunteren en Meulunteren ter ziele. Ook ontstonden er plannen om bossen aan te planten. Verdere ontsluiting van het gebied was mogelijk door de plannen om een spoorlijn tussen Ede en Nijkerk aan te leggen.

 

De jongste geschiedenis: Lunteren in de 20e eeuw
Na een lange voorbereidingstijd werd uiteindelijk in 1902 de spoorlijn in gebruik genomen. Mede hierdoor was het voor veel stedelingen mogelijk om op een makkelijke manier, met name in de zomermaanden, zich te gaan verpozen in Lunteren. Dit had ook een positieve invloed op de huizenbouw. Er kwamen hotels en pensions en later kampeerterreinen, rustoorden, sanatoria en koloniehuizen.

 

Er ontstond geleidelijk een heel andere gemeenschap door deze invloeden van buitenaf. Uiteraard versterkte dit ook de economische groei van het dorp. Dit leidde weer tot versterkte woningbouw, de oprichting van nieuwe bedrijven en verenigingen. Toch is Lunteren nog steeds een dorp waarin veel sporen uit het verleden terug te vinden zijn. Het landschap blijft herkenbaar en deels authentiek. Lunteren: een modern dorp met een oude geschiedenis. Een reden om trots op te zijn!

 

Gemeentearchief Ede: enkele bijzondere bronnen voor genealogisch onderzoek
In het gemeentearchief Ede bevinden zich veel archieven en collecties. Bij genealogisch onderzoek wordt veelal gebruik gemaakt van de akten van de burgerlijke stand, het (gereconstrueerde) bevolkingsregister, de DTB-gegevens en de studiezaalbibliotheek. Heeft u echter voor meer informatie wel eens gedacht aan:

 

 

  • de akten van de notarissen standplaats Lunteren
  • kadastrale informatie (OAT, SAT, kadastrale leggers)
  • de uitgebreide fotoverzameling
  • de veldnamenatlas
  • de krantenverzameling
  • het hier al genoemde archief van de buurt Lunteren en Meulunteren
  • de adresboeken
  • het archief van de voormalige gemeente Lunteren met onder meer belastingkohieren, kerkelijke gegevens en militielijsten
  • het archief van het gemeentebestuur Ede (het zogenaamde archief Das) met belastingkohieren, registers van ingekomen personen en verhuizingen, geneeskundige verklaringen van overlijden en militieregisters

 

 


 

 

Gebruikte literatuur
A.D.M. Veldhorst (eindred.), Kadastrale Atlas Gelderland 1832 Lunteren. Arnhem 1987.
P. Hoekstra, Uit het verleden van Lunteren. Barneveld 1982.
P. Hoekstra, Een historische studie. Barneveld 1989.

 

Gemeentearchief Ede, Peter van Beek