(door Henk de Rooy)

Velen kennen hem in Lunteren, Jan van Holland. Volgende week, 15 oktober om precies te zijn, hoopt Jan een bijzondere mijlpaal te bereiken als eeuwelinge. De nog krasse en praatgrage Lunteraan hoopt dan 100 jaar te worden. En, hij woont nog altijd op zichzelf en kookt z’n eigen potje en ook de was gaat nog moeiteloos in de wasmachine.

Aan de Berkhofweg heeft hij het best naar zijn zin en prima buren in Dirk en Fie van Dijk. Daar staat altijd de koffie voor Jan klaar, zo ook op een maandagmiddag toen de Lunterse Krant Jan verraste met een bezoek.

Trouwen

Een spraakwaterval, maar eentje met het hart op de juiste plaats. Jan is ene geboren en getogen Lunteraan die in 1946 trouwde met Janna Frankenhuizen (geb. in 1921). Ze kenden elkaar al van voor de oorlog, maar van trouwen kwam het er toen niet van.

“In hun verkeringstijd gingen ze regelmatig op de fiets het bos in, maar Jan wil niet vertellen wat ze daar deden!” Buurvrouw Fie van Dijk dist het smakelijk op en Jan giert het uit van de pret.

“Als er één ondeugend geweest is ben ik het. Ik mocht op zondag niet fietsen en achterop de fiets, fiets ik toch niet?”

Bang voor een prikkie

Voetballen bij vv Lunteren was wat Jan graag deed. Op verschillende plekken in Lunteren heeft hij tegen het leer geschopt. “In het gras tegenover de Lunterse Boer, aan het Zwarte Water. Eerst aan de ene kant en later aan het spoor. Moeten we eerst pompen om water voor de douches te krijgen!”

Scheidrechter heeft hij ook vele jaren gedaan. Wat niet velen weten is dat Jan dertig jaar als vrijwilliger bij het Rode kruis heeft gezeten. “Bij de Nijmeegse Vierdaagse was ik blarentrekker.” De toenmalige dokter Schuur uit Lunteren vond het wel iets voor Jan en heeft hij zo’n dertig jaar zich voor het Rode Kruis en later EHBO Lunteren ingezet. “Tot ik er uit moest vanwege mijn leeftijd.”

De pretoogjes belooft alweer een sappige anekdote. “Die stoere Engelsen, weet je wel dat ze zo kleinzerig zijn als ze groot zijn! Kom je met een naald in hun buurt beginnen ze te schelden. Bang als ze zijn voor een prikkie.”

Ook zijn vrouw Janna heeft zich haar leven lang ingezet voor de medemens. Jan: “Janna was een verpleegster in hart en nieren. Via mevrouw Roelofsen uit Ede kwam zij te werken in het Julianaziekenhuis in Ede. Ook ging zij mee als verpleegster met de Henri Dunant (hospitaalschip van het Rode Kruis, red.).”

Beide benen op de grond

Hoewel Jan een geboren en getogen Lunteraan is, keek hij wel over de grens van het Lunterse. Vele vakanties werden doorgebracht in onder meer Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland en het voormalige Joegoslavië. De bijna eeuweling heeft nog tot zijn 98e jaar autogereden. “Toen het verlopen was ben ik meteen gestopt! Het was welletje zo!”

Eenmaal zij Jan en Janna naar Israël geweest. Een prachtige tijd hebben ze er gehad, terwijl beiden nog nooit gevlogen hadden. “Dat was in 1970, dat was meteen ook de laatste keer dat we vlogen. Was blij dat ik weer met beide pootjes op de grond stond.”

Thuis blijven

Jan was voor zijn trouwen alle dagen en avonden op pad. Van z’n beroep was hij meubelmaker en in dienst bij meubelmakerij De Klomp van gebroeders Bos. Daar heeft Jan tot zijn pensioen gewerkt.

“Weet je wat het was met trouwen. Ik had niets meer te vertellen!” De glimmende pretoogjes vertellen een ander verhaal, dat het best wel meeviel.

Wat was het geval. Als het aan Jan lag was hij nooit thuis. Stilzitten zat en zit er bij hem niet in. Dus toen hij benaderd werd door Wouter Engelen voor de knapenvereniging vond Janna dat hij ook maar eens een avond thuis moest blijven.

Wel zijn beiden naar zang gegaan, Sursum Corda in Lunteren en later zong Jan ook bij het hervormde zangkoor ‘Loof den Heer’. Hier was hij ook nog eens zeven jaar voorzitter. Tot zijn negenstigste verjaardag heeft Jan op zang gezeten. Het laatste koor was het bejaardenkoor in Ede.

Geen enkel medicijn

Jan gaf het al aan bij binnenkomst. “Als ik eenmaal ga praten kom jij papier te kort.” En dat klopt ook wel, want er liggen acht velletjes voor mij. Met jaartallen wil het niet zo vlotten, maar voor de rest is Jan nog goed bij de pinken. Opmerkelijk voor een bijna 100 jarige: “Ik gebruik geen enkel medicijn!” of hij er maar fier op is!

Wekelijks loopt hij, vanaf de Berkhofweg, met de rollator naar het dorp. Onderweg wordt hij steevast staande gehouden voor een praatje of wordt hij begroet. In The Readshop is hij een bekende geworden en wordt Jan steevast begroet met: “Hé, ben je er weer!”