bk
 


Kranten Archief >

Een terugblik met Martin van den Brink op zijn avontuur in Dakar 2011

De sporen van twee weken La Dakar zijn een week later nog duidelijk zichtbaar. Martin van den Brink en zijn team hebben het voor hun kiezen gehad. “Het was zwaar, ongelooflijk zwaar.” Je moet iets van een masochist in je hebben, want anders is het niet te verklaren dat jaarlijks honderden mannen en vrouwen, die in het dagelijkse leven best wel verantwoordelijkheid en verstandigheid kennen, zich in het avontuur storten dat La Dakar heet. De elfde plaats in het totaalklassement van de trucks en de regelmatige top tien notering maakten het nog dragelijk. En volgend jaar? “Mijn sponsors, Mammoet, Valvoline en Polskamp hebben toegezegd dat we weer aan de start staan.”

brink_finish_1

De knop om
Meteen gingen zijn gedachten terug naar 2010, bij de crash van Ginaf kopman Wuf van Ginkel. “We reden zo’n tien minuten achter hem en zagen de truck liggen. Je ziet Wuf lopen en weet wat er door hem heengaat. In een flits gaan je gedachten een jaar terug. We zijn gestopt en er waren geen gewonden.” Martin kon er niet te lang bij stilstaan. “De knop moet om, je moet verder. We moesten naar de start. Het ongeluk met Wuf heeft wel z’n neerslag op de eerste proef gehad.” Via RTL 7 zijn dagelijks beelden van de rally de wereld over gegaan. Bekend zijn de beelden van de heen en weer schuddende mannen in de cabine. Op de vraag of het een buitenstaander uit te leggen is hoe het er aan toegaat in de cabine, is het antwoord kort. “Dat is niet uit te leggen.” Dat er harde woorden vallen, ontkent Martin
niet. “Er wordt niet gevloekt, maar dat het er stevig aan toegaat, wil ik niet ontkennen. Maar, elke dag wordt het meteen uitgepraat!”

brink_finish_2

Keien van een halve meter
Het was voor Martin zijn eerste eigenlijke kennismaking met Dakar in Zuid Amerika. “Het parcours was zo zwaar. Dat is met geen pen te beschrijven. De auto was perfect. Wel hadden we problemen met de vering. Een hydraulisch probleem. Dat kostte te veel tijd om dit op te sporen. Dus hier gaan we aan sleutelen.” Over het parcours: “Om je een idee te geven. We moeten door een rivierbedding met stenen en keien van bijna een halve meter. Normaal kun je er niet lopen, laat staan dat je erdoorheen kunt rijden. Met een gangetje van 30/40 km./uur gingen we er doorheen. En dat 30 kilometer lang. Kun je raden hoe we eruit kwamen.” Ook mooie en indrukwekkende momenten waren er. Zoals toen Martin op de top van een 3.5 km. (!!!) hoge duin (etappe naar Iquique) kwam en een afdaling voor zich had van 35%. “Je komt die duin over en ziet de Grote Oceaan voor je. Dat is overweldigend.” Maar veel tijd om te genieten was er niet, want het ging met een vaartje van 120 km./uur de duin af. “De truck moet je dan in het spoor houden. Het schud en schommelt van alle kanten. Dan ben je blij dat je beneden bent.”

1.000 km. stofhappen
Hier in Nederland vinden we het al ver als je van Harskamp naar Amsterdam moet. Dan is het moeilijk uit te leggen wat de teams in Dakar voor hun kiezen kregen. Een poging om een gemiddelde werkdag in beeld te brengen. Je hebt een verbindingsroute (600 km.), de proef (500 km.) en dan moet je nog eens naar het bivak (200 km.). Hoe zo: Dakar
een vakantietripje van bijna 10.000 kilometer? “Al die tijd zit je dan stof te vreten. Je rijdt constant in het stof. Je ziet niets anders dan stof, alsof je in een dikke mist rijdt.”

Geen zak aan
Martin moet zichzelf wel een aantal malen hebben afgevraagd waar hij mee bezig was. Maar iets snapt hij werkelijk niet. Het zijn de monteurs. “De buitenwacht heeft het idee van: Lekker Dakar doen, wat sleutelen aan de wagens en
verder vakantie vieren.” “Nou, vergeet het maar. Zij hebben het het zwaarst van allemaal. Twee weken als monteur
in Dakar is geen zak aan! Je bent 24 uur per dag aan het sleutelen. Slapen doe je in de cabine op weg naar het bivak. Vergeet niet: Ook zij moeten 1.000 km. en meer afleggen per dag! Als wij ‘s morgens op weg gaan naar de proef, zijn zij net klaar.” Martin zal zijn monteurs, Gerard van Essen (Harskamp), Arjan Veenvliet (Veenendaal) en Erwin Lagerweij (Ede) dan menigmaal een forse schouderklop hebben gegeven. Ze kunnen dan wel een (forse) tik van de molenwiek hebben gehad, maar zonder monteurs is er heel simpel geen Dakar!

Tranen in de ogen
Met honderden, duizenden, staan de toeschouwers langs het parcours. . Onder hen
bevonden zich dit jaar pook een groep van zo’n 25 personen die Martin en z’n team in Dakar volgden. Martin: “Tien dagen lang hebben zij, supporters uit Harskamp en omgeving, ons gevolgd. Dan zag je die grote Hollandse vlag langs het parcours. Dat deed je wat. We hadden er soms tranen van in onze ogen.” Ook zijn sponsors lieten zich niet ongemoeid. “De laatste dag waren er 100 man uit Nederland overgevlogen. Niet te bevatten. Maar ontzettend mooi.”
 

bk