banner 1
banner 2
Eeuweling Ko Broekhuizen: ,,Ik voel me nog niet oud''

Nederland vierde in 1913 het eeuwfeest van de bevrijding van de Fransen. Een jaar later, in 1914, brak de Eerste Wereldoorlog uit. Ko Broekhuizen uit Lunteren weet het zich nog goed te herinneren. Hij was toen vijf en zes jaar. Zaterdag vierde hij zijn honderdste verjaardag. Broekhuizen woont nog zelfstandig in een aanleunwoning bij zorgcentrum De Honskamp.

door Bram Wisse

Hij weet over het verleden verrassend veel en vertelt er gepassioneerd over. Ook de tegenwoordige tijd boeit hem. In de eetzaal van De Honskamp voert Broekhuizen geanimeerde conversaties met vaste tafelgenoten. Die gaan over allerlei maatschappelijke en theologische onderwerpen. Maar ook verder is de energieke honderdjarige altijd in voor een goed gesprek.



Hij werd geboren in Aarlanderveen, gemeente Alphen aan de Rijn. ,,Je hebt daar een polder die wordt bemalen door een molengang. Het zijn drie molens: een ondermolen, een middenmolen en een bovenmolen. Het is uniek in Nederland.'' Toen hij tien was, verhuisde het gezin naar De Valk. ,,In Aarlanderveen was er te weinig voedsel voor de varkens van mijn vader en we hadden hier familie wonen. In De Valk kregen ze een gemengd boerenbedrijf.

Heel opmerkelijk noemt Broekhuizen het dat mevrouw Top-Soetendaal (103 jaar) destijds zijn buurmeisje was. ,,Zij kwam van De Grote Ham, wij woonden op De Kleine Ham.'' De lagere school maakte hij af in Barneveld, aan de Schoutenstraat bij meester Fokkens. Daarna ging hij bij zijn vader werken. Later mocht hij op een stuk grond van zijn vader kippen gaan houden. Hij volgde er ook een opleiding voor.

Grebbeberg
,,In 1939 maakten we plannen om te trouwen en een huis te bouwen bij de kippenschuur. Ik was al niet zo jong meer. De bouw van het huis ging niet door, want de oorlog brak uit en ik werd opgeroepen. De strijd bij de Grebbeberg maakte ik van dichtbij mee. Ik zat bij het 44ste regiment. De Duitsers wilden ons gevangen nemen. Maar we werden overgeplaatst en liepen vier dagen en nachten naar Culemborg en vandaar naar Vianen. Vanuit een stelling zag ik dat Lunteren in brand stond en Ede en Wageningen. Ik was zo moe dat ik een hele dag in het gras heb gelegen. Er kwam verkeer langs en ik heb niks gehoord.''

,,Het waren me dagen. Rotterdam stond in brand en we hielden het niet vol tegen de bezetters. Ik heb nog wachtgelopen in Jutfaas. Toen moesten we de geweren inleveren. Omdat ik boer was, mocht ik naar huis. Overal onderweg was verwoesting. Op 28 mei kwam ik terug op De Vlak. Mijn vader huilde, dat had ik nog nooit gezien. Ze dachten dat ik gesneuveld was.'' Later in de oorlog kwamen mijn vrouw en ik in Lunteren wonen: in een noodwoning, een verbouwde schuur achter het huis van een oom en tante van me in de Stationsstraat.''

,,Na de oorlog moesten de kippen weg en ben ik controleur/merker geworden, dat was werk in de buitendienst bij wat ze toen een bureauhouder noemden. Ik kwam ook in Lunteren. Voor de oorlog had ik het selecteren van kippen geleerd. Dat kwam zo: doordat ik op een nogal moderne manier kippen hield, met kleine hokken en rennen, en ik begon 's avonds te verlichten - wat nieuw was - dachten ze dat ik verstand van kippen had. Toen vroeg Bloemendaal, de directeur van de coöperatie in De Valk, of ik bij wou leren. Toen zijn we naar een cursus voor selecteur in Arnhem geweest. In Putten was het examen. Een foto ervan hangt in het Pluimveemuseum in Barneveld.''

Fokkers
,,Ik ben bij de 'boerenbond' gaan werken onder voorwaarde dat ik cursussen mocht blijven volgen. Ik wist dat er in Amerika grote vorderingen werden gemaakt. Ik wilde als ik de boer opging helemaal bij zijn. We hebben op een instituut in Amersfoort een cursus gehad van dr. Grashuis en ir. Bos, acht maanden lang één dag per week, gevolgd door een rijksexamen. Daarna vroeg het Productschap of ik bij hen wilde komen als inspecteur. Ik kreeg daar een voorlichtende en een controlerende taak. We verhuisden in 1951 naar Apeldoorn. Daar groeiden onze twee dochters en een zoon op. Tien jaar heb ik bij het Productschap gewerkt. Ik had een heel groot rayon, met veertien van de grootste fokkers in Nederland, vijftig kuikenbroeders en 220 vermeerderaars. Ze begonnen bij het Productschap ook met gebruikshybrideonderzoek. Later begonnen de Amerikanen hetzelfde te doen. De Amerikaanse rassen.waren sterk in opkomst. Ik ben na tien jaar bij het Coöperatief Pluimveefokkers Instituut gaan werken. Daar was meneer Bos, mijn leermeester, directeur. Ze hadden een nieuw product en ik moest dat begeleiden. Bos wilde mij chef maken van de hele buitendienst. Mijn vrouw vond dat niet zo leuk, want dan zou ik vaak ver weg zitten. Toen werd het land in drie gebieden verdeeld en kreeg ik het midden en het westen. Toch maakte ik 50.000 kilometer in het jaar. Ik heb elf Kevers gehad - elk jaar een nieuwe - en twee Fords.''

,,Na dertien jaar bij het CPI vond ik het in 1971 mooi genoeg en heb ik van een regeling gebruik gemaakt om weg te gaan. Ik was toen 63 jaar. We hebben twintig jaar in Apeldoorn gewoond. Tegenwoordig hou ik de kippensector niet meer zo bij. Ik weet wel dat het allemaal nog veel is verbeterd. Ze gaan bij het fokken uit van zuinige stammen die ze met elkaar kruisen. Het is typisch dat als je een kruising hebt van A met B, en dan van A met C, dat daar een heel ander resultaat uitkomt. Zo is de productiviteit verder gestegen en de uitval van dieren met weinig weerstand nog afgenomen. Toen ik in De Valk kippen had, hield ik ook de productiviteit bij, van de hokken apart. Mijn beste koppel legde 172 eieren in een jaar en mijn slechtste 134. Nu legt een kip al vlug driehonderd eieren per jaar. Ook op het gebied van de voeding is er ontzettend veel veranderd. Dr. Grashuis was een pionier, die mengvoeders samenstelde. Dat begon met de varkens. Er was eerst nog weinig over bekend. Ze begonnen met vitaminen en mineralen maar wisten nog niet in welke verhoudingen dat moest.''

Pinksteren
Zaterdag werd Broekhuizen honderd jaar. Van zijn moeders kant komen meer hoge leeftijden voor. Zijn moeder werd 88, vier ooms 94, 93, 91 en 90, een tante werd 103. Zijn vrouw werd ,,op negen maanden na negentig''. Ze overleed in 2000.
Broekhuizen mist haar, maar heeft één troost. ,,Toen ik in het ziekenhuis lag voor mijn prostaat, kreeg ik een gezicht. Dat is een openbaring voor me geworden. Daar stond ze ineens op een plaats die ik niet kende. Ze juichte en straalde, en ze was jonger geworden. Ze zei dat er een wonder was gebeurd. Achteraf dacht ik aan de uitstorting van de Heilige Geest bij Pinksteren. Toen werd er gezegd: 'Uw ouderen en jongeren zullen gezichten zien'. Dit was een boodschap van de Here en die is mij tot troost. Ik kan het beeld nog altijd zomaar voor me halen.''

Broekhuizen heeft een voor zijn leeftijd fabelachtig geheugen. Zijn vroegste herinneringen gaan terug naar zijn vijfde levensjaar. ,,Ik herinner me nog heel goed dat we feest vierden. Het was 1913. We waren honderd jaar bevrijd van de Fransen. Ik zag toen voor het eerst een film. Ik zie het nog kriebelen. Alles ging zo vlug: net hardlopen. Wat er precies aan de hand was, begreep ik niet. Een jaar later zat ik op een bank te luisteren naar een koerende duif en de klokken begonnen te luiden. Mijn moeder zei: 'Wat zou er nou aan de hand zijn?' Toen kwam er een man aanlopen. Die keek triest en zei: 'Het is oorlog'. Ik wist niet wat oorlog was maar het voelde heel erg. Even later kwam er een man die zei: de jongens moeten weg en de paarden ook. Omdat ik al lezen kon en onder de indruk was van wat er gebeurde, ben ik al gauw de krant gaan lezen. Dat was de Rijnbode, die verscheen drie keer in de week. Mijn vader had een hekel aan de Engelsen. Die hadden de Boeren in Zuid-Afrika slecht behandeld.''

Watersnood
,,In 1916 was er een watersnood. De dijken braken door rond de Zuiderzee stond alles onder water. Ik herinner me nog die storm. Een oom en tante woonden in Monnickendam en die waren boer. Mijn oom moest onder dienst. De koeien werden in de kerk gestald en mijn tante kwam een paar maanden bij ons. Toen kreeg je dan dat de Russen de tsaar vermoordden. En in 1918 kwam de wapenstilstand. Dat heb ik bewust meegemaakt. De moeder van de koningin heb ik nog meegemaakt, Emma. Ik was in dienst in Ede, dichtbij huis dus, toen was ze jarig en kregen we een dag vrij. Maar ik moest toen net het bed houden. Daar ging mijn vrije dag!''

Er is veel veranderd, zegt Broekhuizen. ,,Vroeger had je dat eenvoudige, dat rustige, de mensen waren erg op elkaar gesteld, ze hielpen elkaar. Vooral na de laatste oorlog is het leven anders geworden. De kennis is zo toegenomen! Je snapt niet dat de menselijke geest dat allemaal kan bevatten.''

Dat hij nog zo helder is en goed van geheugen, is een gave die hij meegekregen heeft. ,,Mijn moeder was ook helder.'' Frappant is zijn nog altijd sterke belangstelling: Broekhuizen volgt alles nog. Van Abraham staat geschreven dat hij ,,oud en der dagen zat'' was. Broekhuizen: ,,Ik voel me nog niet oud! Al heb ik wel problemen, hoor. Mijn ogen zijn niet zo best meer. Ik lees grootletterboeken. Maar voor mijn leeftijd gaat het nog best. Dat is geen verdienste. Dat heeft de Here mij geschonken. En ik heb gelukkig ook een goed vooruitzicht, ja.''

Met zijn kinderen, kleinkinderen (zeven) en achterkleinkinderen (zes) en aanhang vierde de jubilaris zijn verjaardag. Die was heel bijzonder, omdat de burgemeester kwam, muziekgezelschap KNA van zich liet horen, er een rondrit per boerenkar door het dorp was en omdat Broekhuizen met een helikopter over boerderij De Kleine Ham en zorgcentrum De Honskamp vloog. 's middags was er een receptie.

bron: Ede stad  maandag 7 juli 2008