|
Dorpsstraat 202 " Villa d'Eekhorst" Lunteren 
Inleiding
Het landhuis d' Eekhorst is in 1906 gebouwd in opdracht van notaris G.J. Wilbrink te Lunteren. Het staat in een zeer diepe tuin, telt n bouwlaag en is opgetrokken in een traditionalistische stijl. Het vrijwel geheel authentieke interieur sluit qua vormgeving goed aan bij de uitstraling van het huis. Een belangrijk detail is dat de meeste schuiframen naar boven, in ruimtes tussen de muren, schuiven. In de huiskamer schuiven ze echter naar links of rechts.
Omschrijving
Hoofdvorm en dak
Een huis van n bouwlaag onder een fors zadeldak met de nok evenwijdig aan de weg. Het dak is gedekt met geglazuurde rode tuiles du Nord. Het huis is opgetrokken van baksteen, maar de voorgevel is grotendeels wit bepleisterd.
Voorgevel
De voorgevel is bijna symmetrisch van opzet, wit bepleisterd op de plint en enkele decoratieve elementen na. De gevel bevat twee vensters en, net links van het midden, de ingang met daarboven een dakhuis. Op de plaats van het rechter venster bevond zich vroeger een houten ve- randa. De ingang bestaat uit een Hollandse deur, geprofileerd en met een afgeronde bovendeur in een zwaar kozijn waarop '1906' is vermeld. Aan weerszijden van de deur en erboven is een roedenlicht. Zowel boven als onder de lichten is een verticale strekkenlaag aangebracht. De bovenste dorpel van het kozijn is breder dan de gevelopening en oogt als een latei. Onder de aan weerszijden uitstekende koppen zijn verticaal geplaatste stenen aangebracht. Deze uitgekiende, degelijk aandoende detaillering is ook bij alle vensters van het huis uitgevoerd (behalve uiteraard de ronde ramen). De vensters hebben schuiframen met houten roedenverdeling. De originele luiken (paneelluiken, groen met een wit of creme veld) zijn in het hele pand vervangen door sobere luiken van schroten. In de gevel bevinden zich, onder de goot op klossen met ojiefvorm, Y -vormige sierankers. Het dakhuis heeft een schuifvenster met daarboven een zeer decoratief anker. De top van het dakhuis wordt gevormd door een halfronde boog schoon metselwerk.
Linkergevel
De linkergevel heeft een karakteristieke vorm vanwege de uit- en inzwenkende rand (een zogenaamde Gelderse gevel); de top is halfrond afgesloten. Geheellinks is een lage aanbouw. In die aanbouw is een ingang vergelijkbaar met die van de voorgevel, zij het dat hier alleen links een zijraam is aangebracht; een bovenlicht ontbreekt eveneens. Rechts van deze ingang is een venster met een kruisvormig kozijn, geheel rechts is een venster. Op de verdieping bevindt zich een dubbel venster, in de top een rond raam. De ankers zijn vergelijkbaar met die van het dakhuis in de voorgevel.
Rechtergevel
Ter hoogte van de rechtergevel steekt het dak over. Het is versierd met een bewerkte windveer, waarvan het linker gedeelte echter bij een wijziging versimpeld is. Op de begane grond bevindt zich links een serre, in grote lijnen gebouwd in de stijl van het huis. Erboven is een balkon. Rechts is een pergola (niet uit de bouwtijd, waarschijnlijk 1950-1975). Het terras ervoor is bereikbaar via een tuindeur met zeer breed bovenlicht (was vroeger waarschijnlijk venster). Op de verdieping is een balkondeur met daarnaast een venster. In de top is een rond raam aangebracht.
Achtergevel
De achtergevel heeft van links naar rechts een venster (rond 1975 van een bovenlicht voorzien); een w.c.raampje met diefijzers; een tuindeur (was venster); een uitbouwonder lessenaarsdak waarin een opgeklampte deur van kraaldelen. Links van de uitbouw is de voet van een afgebroken schoorsteen te zien. Net rechts van het midden is een dakhuis zoals in de voorgevel (maar niet bepleisterd).
Interieur
Het interieur is qua structuur vrijwel geheelorigineel en bovendien voorzien van vele details. De begane grond heeft middenvoor de hal. De hal is voorzien van rode en zwarte tegels. Links is een vaste kast, rechts de trap. De kast is voorzien van paneeldeuren waarvan het bovenste paneel wordt afgesloten met een accoladeboog. Zulke deuren zijn op de begane grond toegepast in alle ruimtes, ook bij de kasten. In de dienstruimtes waren ze wit met blauw gelakt, in de woonruimten gebeitst. Noch de beschildering, noch de beits is in alle gevallen bewaard gebleven. De hal heeft verder een betegelde lambrizering. Links van de hal is een kleine kamer, |