Nieuw Altena

Barneveldseweg 19 "Nieuw Altena"Lunteren

Inleiding:
Nieuw Altena is een in 1933 naar ontwerp van A.E. Leusink gebouwde T -huisboerderij met een royaal voor- huis. Op het erf staat een stenen schuur.

Omschrijving:
Boerderij

bveldseweg 19 voor

Hoofdvorm en dak:
Schuur:
De bakstenen schuur (gebouwd omstreeks 1910) is een vrijwel vierkant gebouwonder een zadeldak, het linker gedeelte onder een lessenaarsdak. Het dak is gedekt met gesmoorde en (enkele) rode mulden pannen. Er zijn inrij- en mestdeuren en diverse uitvoeringen stalvensters toegepast. De voorgevel is op het lage gedeelte links na symmetrisch ingedeeld volgens het stramien van de achtergevels van boerderijen.

Erf:
Voor de boerderij, die schuin staat ten opzichte van de weg, ligt een gedeeltelijk door hagen omgeven moestuin.

Overige informatie:
Gemeentearchief Ede, Bouwvergunningen, dossier 89/ 1933.

Opdrachtgever: Jac. van den Brink (die opgroeide op Klein Altena in Meulunteren, vandaar de naam Nieuw Altena). Ontwerper: A.E. Leusink, architect te Voorthuizen. Oorspronkelijk waren tussen de gekoppelde vensters gemetselde penanten gedacht. Op last van de Geldersche Schoonheidscommissie werden die door houten stijlen vervangen

Kadastraal perceel: 11313.

Motivering:
De in 1933 naar ontwerp van A.E. Leusink gebouwde T -huisboerderij Nieuw Altena, met erf waarop een oudere schuur, is van algemeen belang vanwege: schoonheid, vanwege het bouwtype, het voor boerderijen opvallend fors uitgevoerde woongedeelte, de gaafheid van het exterieur, diverse interieurelemen- ten, schuur en erf; de boerderij is een voorbeeld van de rijkere boerderijvormen uit de jaren '20 en '30 van de twintigste eeuw; de samenhang met de agrarische bebouwing in Lunteren en de relatie met het omliggende boerenland.

Bron: Monumenten-inventarisatie Gem. Ede Rijksmonument

Een T -huisboerderij, opgetrokken in baksteen met een trasraam, voorzien van een fors woongedeelte onder een haaks op het achterhuis geplaatst wolfdak. Het dak van het voorhuis heeft bovendien aan de voorzijde een steek- kap. Het dak is met riet gedekt en voorzien van vorstpannen. Het dak van het achterhuis is ook voorzien van een wolfeind.

Voorgevel:
De voorgevel is symmetrisch ingedeeld. In het midden bevindt zich een driedelig venster met roedenbovenlich- ten en halve luiken. Daarboven is de topgevel, voorzien van drie gekoppelde roedendraaivensters met daaronder een bloembak. Links en rechts van het midden is een tweedelig venster met luiken.

Zijgevels:
Het voorhuis heeft aan de linkerzijde van links naar rechts: een venster met bovenlicht en luik; een inpandig portiek; een venster zoals links; een gekoppeld venster met luiken. In de top bevindt zich een driedelig roeden- draaivenster. Aan de rechterzijde is links een tweedelig venster met roedenbovenlichten en halve luiken, rechts een dito driedelig venster. In de top is een samengesteld kozijn met drie vierruits draairamen met onderlangs een bloembak. De zijgevels hebben ter hoogte van het achterhuis mestdeuren en stalvensters met ijzeren roeden.

Achtergevel:
De achtergevel is symmetrisch ingedeeld met in het midden grote dubbele deuren, links en rechts mestdeuren (alle onder segmentboog). De dubbele deuren worden geflankeerd door stalvensters, in de top is een dubbelluik eveneens geflankeerd door stalvensters.

Interieur:
Het interieur bevat onder andere oude deuren, omlijstingen, schouwen, in het achterhuis, groepen, drie dekbalkgebinten enz.