Nieuws
Op een stille morgen aan het einde van de winter zou ik haar ontmoeten. Mildred Elfenbein.
Ik trof haar, een vrouw wiens leeftijd moeilijk te schatten was. Maar in alles wat ik van haar naam verwacht had, natuurmens pur sang, onopvallend gekleed in groenen en aardkleuren, met een vriendelijke uitstraling en een open gezicht.
De reden dat ik Mildred zou ontmoeten was ongeloofwaardig. Zij zou mij in contact brengen met haar vrienden. Vrienden die tot nu toe onopgemerkt in onze Veluwse bossen vertoefd hadden, maar daar wilden deze geheimzinnige wezens verandering in brengen…
De meeste Lunteranen zullen bekend zijn met landgoed de Leperkoen. We schrijven begin 1917 als deze instelling in het leven geroepen wordt om kinderen die te kort bedeeld zijn vakantie te vieren, een fijne omgeving aan te bieden, waar plezier gemaakt en ook nog wat geleerd kan worden te midden van de natuur. Zo’n bijzondere plek verdiende een bijzondere naam. En de naamgever moet goed bekend zijn geweest met Arthur van Schendel, de schrijver van vele boeken, waaronder de Berg van Droomen (1913). In dit boek, gebaseerd op de Ierse mythologie, maken wij kennis met elven, kabouters , verborgen schatten en hun bewakers, de… Ierse Leprechauns. De laatst genoemde tak van het Kleine Volk vertaalde van Schendel naar Leperkoenen.
Ierse Leprechauns zijn geen kabouters, maar ondeugende elf achtige wezens, meesttijds schoenlappers. Ze zijn naar zeggen zo klein van postuur geworden door jaren lange vervolging en verdrukking, hen aangedaan door invallende stammen tijdens de verovering van Ierland. Hun vlucht onder de grond en wellicht genetische selectie heeft hen de vorm gegeven die zij heden ten dage nog hebben. Lepre = klein chaun= lichaam. De naamgeving kan echter ook afkomstig zijn van een tekst uit 1604 waarin de Ierse Lubrican genoemd wordt. Een lichtelijk verdwaalde ziel met grote charme, echter niet geheel te vertrouwen. Maar als we nog verder in de tijd terug gaan en een tekst vinden die uit de achtste eeuw na Christus stamt, vinden we het woord Luchorpán, dat een soort Pygmee aanduidt. Hoe dan ook, we hebben het in ieder geval over de verschijning van bijzonder kleine mannetjes. Over het bestaan van gelijksoortige vrouwtjes wordt niet gerept.
De geschiedenis van de Ierse Leprechaun, gaat dus eeuwen terug en lost op in een even mistig verleden als het land mystiek is. Maar het geloof in deze verschijningen staat, zelfs voor de meest nuchtere en gelovige Ier, als een paal boven de Ierse wateren. Wat moeten wij nuchtere Hollanders, laat staan misschien nog wel nuchterder Veluwenaren met het kleine spul dat geïnspireerd blijkt te zijn op een eiland ver van ons vandaan?
Wel, daar hebben de Veluwse Lepelkoenen zelf zo hun ideeën over. En juist, de letter verschil heeft u vanaf het begin goed opgemerkt, we spreken hier niet over Leperkoenen, echter een aanverwante soort kleine wezens welke zich in onze contreien ophoudt, jawel. Tot nu toe onzichtbaar, maar daar komt als deze Veluwenaartjes ligt dus verandering in. Om goede redenen.
 
Lepelkoenen danken hun naam aan hun sterke verbintenis met hazen. Zij worden ook wel hazenrijders genoemd. In het vakjargon van de wildbeheerders worden de lange oren van de haas lepels genoemd, vandaar dat hun vrienden de naam Lepelkoenen dragen.
Mocht u nog lezende zijn, ik neem de groene hoed er voor af, want ik begrijp dat het allemaal al te ongeloofwaardig klinkt. Wel, ik moest er zelf ook aan geloven en Mildred nam me mee naar een stomp niet ver van de Graaf Bentinck bank. Ik was er al zeker meer dan honderd keer langs gewandeld, maar had nooit geweten dat zich daar, onder dat wortelstelsel van een grote omgewaaide den, een plaats bevond waar notabene de leider van onze Koenen zich jaren had opgehouden. De ontmoeting was werkelijk overweldigend. De grote wijsheid die van deze kleine man uitging is niet te beschrijven.
De reden van het vermijden van contact dat nu honderden jaren geduurd heeft en veranderd is in het toenadering zoeken van ons mensen, het Grote Volk, zoals ze ons noemen is dat zij ons ervan bewust willen maken hoe belangrijk de natuur om ons heen is. Zij willen ons laten inzien dat natuur niet het stukje bos is waar wij op een mooie zondagmiddag doorheen kuieren, maar dat ieder van ons zelf een stukje van die natuur is. Het respect naar het Grote Volk is groot. Groot genoeg om ons via de kinderen van het Grote Volk te leren dat plezier met- en respect voor de natuur van groot belang is voor zowel het voortbestaan van ons zelf als voor onze omgeving.
Dit is voor nu kort gezegd de missie van de Veluwse Lepelkoen. De kolonie is inmiddels verhuisd naar Nationaal Park de Hoge Veluwe. Dit, omdat zij aanvoelden hier een groter platvorm te vinden voor hun boodschap.
Voor kinderen die willen speuren naar hun sporen is in het centrum van de Hoge Veluwe een boekje verkrijgbaar waarbij zij met de hulp van ouders of oma en opa kunnen proberen te ontdekken of zij sporen kunnen vinden op de aangegeven route. In het boekje kunnen zij ook zien hoe Lepelkoenen er uit kunnen zien. Kunnen zien moet ik zeggen, daar ik van Elfenbein leerde dat zij nog altijd wel wat voorzichtig zijn als het om een eerste ontmoeting met het Grote Volk gaat en zich bij ook maar de minste twijfel kunnen veranderen in een stompje hout of een graspol.
Voor de wat oudere kinderen van acht tot tachtig+ is het mogelijk vragen te stellen over of zelfs aan de grote wijze leider der Lepelkoenen Us. Let wel, het contact wordt maar sporadisch gelegd, echter valt een vraag binnen op het juiste moment, dan zal deze beantwoord worden. U kunt hiervoor terecht op us.leprechaun@kpnmail.nl Vermits zij zich niet in het bos ophouden uiteraard.
En voor hen die dit stuk tot hiertoe gelezen hebben, een diepe buiging, maar vergeet nimmer hoe het bij het Kleine Volk werkt evenals in het Grote Leven; Eerst geloven, dan zien.