Nieuws
Dinsdag 3 maart 2015 verzorgt dhr. M. Didier een lezing over de oorsprong en het ontstaan van spreekwoorden en gezegden.
Veel van onze spreekwoorden en gezegden zijn vertalingen van Latijnse gezegden; geld stinkt niet, verdeel en heers, of ontleend aan de klassieke geschiedenis; argusogen, de beker leegdrinken.
 
Aan de middeleeuwen danken we uitdrukkingen als de plaat poetsen, een heet hangijzer en aan de scheepvaart: bakzeil halen, de volle laag krijgen.
Gejeremieer, adamskostuum, de dood in de pot danken we aan de bijbel.
Weet u trouwens wat een falie is? Of waar de bierkaai was?
Ook de literatuur is een ware bron voor uitdrukkingen: nieuwsgierig Aagje, ijzeren Hein en Jan Rap en zijn maat, zijn enkele van de talloze voorbeelden.
De vaderlandse geschiedenis leverde ons, volgens Bartjens, praten als Brugman en de kop van Jut op. En vergeet ammehoela niet!
Veel spreekwoorden en gezegden zijn onveranderd overgeleverd uit de zestiende eeuw.
 
In 1559 schildert Pieter Bruegel de Oude – De verkeerde wereld – een panorama van het Vlaamse platteland met talloze figuren en voorwerpen, waarin ongeveer tachtig spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen zijn te herkennen, die tot op de dag van vandaag worden gebezigd.
Jan Steen is de Hollandse voortzetter van die traditie. De spreuk: Zoals de ouden zongen, zo piepen de jongen, heeft Steen wel bijzonder vaak geschilderd.
Het gezegde bevat de gedachte dat de (menselijke) aard nu eenmaal onveranderlijk (slecht) is. Dat kun je natuurlijk met een korrel zout nemen.
 
De lezing wordt gehouden in het houten gebouw aan de Dr. Kimmijserlaan 28.
Aanvang 20.00 uur. Belangstellenden zijn van harte welkom. Entree voor niet-leden 7,50 euro.